02 – Aisne (regio: Hauts-de-France)

 

Aisne is ook al vernoemd naar een gelijknamige rivier die er doorheen kronkelt. Het ligt in de voormalige provincie Picardië in de regio Hauts-de-France in het noorden van Frankrijk. Toeristisch niet zo heel bekend, maar er is hier genoeg te zien en te beleven. Aisne heeft Gallo-Romaanse invloeden van net voor Christus, uiteraard veel middeleeuws moois en ook de 1e wereldoorlog heeft hier nogal wat sporen achtergelaten. Qua natuur zit je hier ook goed. In het noorden wordt Aisne begrenst door de Ardennen, voor de nodige groenbeleving. En in het noordoosten ligt 02 een piepklein stukje aan België. La Hottée du Diable is een prachtig natuurgebied in het zuiden bij Coincy (wandelen, rotsformaties en panorama's), natuurreservaat Marais l' Isle bij St. Quentin (moerassen, wandelen, fietsen), Fôret de St. Gobain (wandelen in het mid-westen) en een roofvogelpark in Château-Thierry (met kasteelruïne boven rivier la Marne). Bijzonder detail: deze stad in het zuiden is omringd door wijngaarden die druiven leveren voor de enige echte champagnebubbels. De champagnestreek ligt eigenlijk in departement Marne, maar voor een heel klein deel in Aisne dus. Voor bergen moet je niet naar dit 2e departement gaan, maar het Fôret de Retz ten zuidwesten van Soissons waar je kan wandelen en paardrijden, heeft wel wat heuvels. De hoogste meet 421 m.

Ruïnes en andere mooie bouwwerken zijn de 12e-eeuwse Abdij van Vauclair, de kasteelruïne van Guise in het noorden, Cousy-le-Château-Auffrique ten westen van Laon en het kasteel van Fère-en-Tardenois in het zuidoosten. Fort de Condé-sur-Aisne in Chivres-Val (oostelijk van Soissons), oorlogsmuseum in Berry-au-Bac in ‘t oosten en Devil Dog Fountain in Belleau in ‘t zuiden bij Château-Thierry zijn ook het bezoeken waard. Die fontein met hondenkop wordt door de Amerikanen zo genoemd en staat bij een begraafplaats met honderden onbekende Amerikaanse mariniers, omgekomen in het Bois de Belleau in WO I. Het drinken van het water zou geluk brengen bij de volgende ‘battles’. Ik zou ’t zo geloven.

Chemin des Dames, is vernoemd naar Adélaïde en Victoire, dochters van Lodewijk XV, die gebruik maakten van deze weg om van Parijs naar Vauclair te reizen in het midden van 02. La Ferté Milon is een lieflijk dorpje met kasteelruïne in het zuidwesten en Longpont, een pittoresk dorpje in het zuidwesten. Beiden zijn ze  ook het bezoeken waard. St. Quentin en Soissons zijn de grote steden hier, met uiteraard flink wat bezienswaardigheden. De streek Thiérache heeft een gefortificeerde kerken-route in landelijk, heuvelachtig gebied in het noorden tegen de Ardennen aan.

Zelf ken ik Aisne van erdoor heen rijden, toen we heel vroeger met de familie via Bruxelles, Mons en Maubeuge het noorden van Frankrijk inzakten en dan vervolgens door la Capelle, Vervins en langs Laon door dit departement heen reden op weg naar Reims en bijvoorbeeld Auvergne.

In Vervins, dat ik het eerste leuke stadje vind, dat je in dit Franse noorden tegenkomt, hadden mijn ouders ooit een ontmoeting in de namiddag met oude Franse vrienden in hotel La Tour du Roy. Dat is een karakteristiek en hoog gelegen hotel in dit aardige stadje. Het werd nog lang heel gezellig daar, een beetje te gezellig zelfs... Na een paar uur ging ieder zijn/haar eigen weg en mijn vader stapte weer achter het stuur. Mijn pa reed graag ’s nachts, maar al snel zette hij toch de auto aan de kant. Hij bleek toch iets te veel alcoholische versnaperingen genuttigd te hebben en hij vond het alsnog niet verantwoord om met vrouw en drie kinderen verder te rijden. Et voilà, dat werd ter plekke mijn eerste overnachting in Aisne!

Hoofdstad Laon meet ongeveer 350 km van mijn huis af, ligt te pronken op een heuvel en dat zie je al van ver liggen. Het heeft 'n indrukwekkende kathedraal, prachtig uitzicht vanaf de stadsmuren, leuke winkelstraten, muurschilderingen en terrasjes, waar Rob en ik in 2024 van genoten en ’n nachtje door brachten in een hotel. Ik kampeerde in 1998 met een vriendin een paar dagen in Coucy-le-Château-Auffrique op camping Clos du Val Serein. Ik meen dat deze toen 1 ster had en momenteel geen, want ik kan die camping niet meer vinden in mijn FFCC campingboek uit 2016, die uit modernere internetredenen, bijna geheel afgedaan heeft (NB: inmiddels is ’t ‘oud papier’). Enfin, op ‘t web is vast wel een andere camping te vinden. Het kampeerterrein waar wij bivakkeerden was in mijn herinnering niet best, maar we hadden een mooi uitzicht op de muren van het kasteel.

We bezochten in die paar dagen een aantal abdijruïnes, waaronder die van Vauclair en Ourscamps. Bij St. Gobain picknickten we bij de Rôches Chênes en wandelden bij het statige kasteel van Blérancourt. C’est tout!

Misschien toch nog eens teruggaan naar dit departement. Niet te ver weg en de moeite waard voor een weekendje weg bijvoorbeeld!