38 - Isère (regio: Auvergne-Rhône-Alpes)

 

Het 38e departement heeft een zeer divers en uitermate boeiend landschap. Van  lieflijk golvend (133 m. hoog in het noordwesten) tot hoge Alpen (Barre les Écrins 4102 m in het zuidoosten) en alles er tussenin. Mijn eerste aanwezigheid in de Isère dateert al van lang geleden, maar er verblijven deed ik vanaf 1989 tot 2023 onregelmatig. De omgeving van de hoofdstad Grenoble (op 975 km afstand) is ook een mooi voorbeeld van hoogteverschillen. Gebouwd op de linkeroever van de rivier en naamgever de Isère, ligt Grenoble te shinen op ca. 200 m boven zeespiegel. Maar de rechteroever is stijl omhoog en er zijn dan ook diverse skigebieden in de directe omgeving van deze stad. De river Drac valt hier ook nog eens met Isère samen en tegelijkertijd is dit het einde van een brede vallei, ontstaan door een oude gletsjer. De Isère stroomt verder naar het westen in een cluse (smalle kloof) die de streken Vercors en Chartreuse scheidt. Als je dus boven op die rechteroever staat, heb je een magnifiek uitzicht over Grenoble in de diepte. Ik deed dat ooit in de jaren ‘90, bij Tunnel du Mortier op de D218 en ook bij berg Le Moucherotte (bij St. Nizier-du-Moucherotte aan de D106). Helaas was het nogal smoggy boven de stad, dus goede foto’s heb ik er niet van. Geen wonder dat je hier al heel snel die milieusticker nodig had! Eigenwijs als ik was, wilde ik die niet aanschaffen, dus heb ik jarenlang Grenoble gemeden, maar inmiddels mag ik hier weer rijden en genieten van de mooie noordelijke Alpen. Voor de prijs van zo’n milieusticker hoef je het niet te laten.

In 2020 reed ik vanuit het zuiden via de D1075 over de mooie Col de la Croix-Haute, de Isère binnen. Dit is de alternatieve route voor de Route Napoléon (loopt van Cannes tot Vizille), die ook erg aantrekkelijk is, maar hier en daar wat minder geschikt voor caravans. Je komt dan via Corps en het Lac du Sautet nummer 38 binnen. Prachtig! Nog voor Grenoble kom je dan zo’n gevaarlijk stuk weg tegen (Rampe de Laffrey)  en dat betekent zo’n 6 ½ km daling van de weg van gemiddeld 12 %. De route Napoléon heeft een geschiedkundig einde in het plaatsje Vizille, ook bekend om zijn museum van de Franse Revolutie.

Als je vanaf Vizille de D1091 naar het oosten en langs de Gorges de la Romanche rijdt, kom je vanzelf borden met Le Bourg-d’ Oisans, Alpe-d’ Huez, Les Deux-Alpes tegen. Wintersportgebied dus! Enorme Alpenreuzen, glimmende gletsjers, skiliften, watervallen en wandelpaden zijn hier te vinden. Wintersport gaat het voor mij waarschijnlijk niet meer worden, maar er staat wel minstens één wandeling op mijn bucketlist. Helemaal in het zuidoostelijke puntje van Isère, in het Massif des Écrins willen Rob en ik wandelen vanuit La Bérarde en dan bij Tête de la Maye in de buurt. Lijkt me geweldig! Gewoon wandelschoenen aan en kijken hoever je komt. Had ik al gezegd, dat ik gek van bergen ben?

In het zuiden ligt een beetje eenzaam, Mens. Alhoewel dit Mens kan rekenen op toch nog minstens vier redelijk belangrijke wegen er naar toe en een spoorwegstation. En het is wel heel mooi gelegen tegen een bergachtige achtergrond en nabij Col d’ Accarias. Ik had ’t net over St. Nizier-du-Moucherotte, ten westen van Grenoble. Dit ligt in het beschermde regionale park van de Vercors. Als we nou eens van hieruit naar Villard-de-Lans gaan (bekend van winter- en wielersport)? En dan de rivier de la Bourne en even later de mooie gorges volgen? Dan komen we uit in het charmante plaatsje Choranche en dat staat bekend om een bijzonder mooi grottencomplex, met een ondergronds meer, waterval en rietvormige stalactietjes.

Even verderop ligt één van de mooist gelegen en meest fotogenieke plaatsjes van Frankrijk, Pont-en-Royan. Jammer dat er maar een armoedige municipal camping is. Alhoewel ik daar in 1989 plezierig heb gestaan, ben ik in 2017 verderop in de Vercors gaan kamperen. Dus de conclusie kan zijn, dat ik verwend ben geraakt in al die jaren, of de camping is echt een beetje verwaarloosd. Enfin, zoals Pont-en-Royans zich met zijn kleurrijke huizen en parkachtige omgeving om rivière Bourne heen slingert, maakt een hoop goed.

In het mid-westen ligt nog een prachtige abdij. Deze St. Antoine l’ Abbaye ligt op de pelgrimsroute Santiago de Compostella en is vanaf de 11e-eeuw uitgegroeid tot een plus-beaux-village, waarbij de abdij het dorp overschaduwt qua grootte.

Ten noorden van Grenoble ligt de streek Chartreuse. Het ziet er een beetje als een groene en ondoordringbare oase uit, en zo ervaarde ik dat ook eind jaren ’80, begin ’90. Hier staat het Monastère de la Grande Chartreuse (moederhuis Karthuizer orde) en dat is dus niet te bezoeken. Geheimzinnig! Blijkt dat men er Chartreuse maakt, een groen of geel drankje met ca. 55 % alcohol en alpenkruiden. We waren in die tijd in een restaurant in St. Pierre d’ Entremont en wij kregen dat likeurtje aangeboden door de eigenaar. Weigeren kon natuurlijk niet. Het geurde naar parfum en…..iiieeuuw…. zo smaakte het ook! Ik ben bang dat mijn deel in een poubelle is beland! Overigens ligt deze plaats in 2 departementen, want ook de Savoie (73) eist een deel op. Gesplitst door rivier Guiers Vif en brug, maar voor de zekerheid wel elk deel met een eigen stadhuis, kerk, school etc. In 2023 deden Rob en ik ook de bijbehorende kloof, evenals de iets zuidelijker liggende Gorges du Guiers Mort, die je bereikt via het schattige colletje Du Cucheron en St. Pierre-de-Chartreuse. Iets noordelijker ligt Mont Granier (1933 m) op de grens met Savoie en die wordt met Franse humor geroemd in de Savoie (73) op de Col de Granier.

Er is best nog het één en ander te beleven in de Chartreuse, maar vanwege tegenvallend weer in 1991 verlieten we de streek via les Echelles en de D1006 en kwamen aan in Les Abrets. Hier kampeerden we op een goeie camping met een mooi uitzicht op de Alpen in de verte. Ten zuiden van de camping ligt het Lac de Paladru en daar hebben wij ons met hondenkind Djarba prima vermaakt. Ten noorden van Les Abrets ligt nu een Walibipark voor de liefhebbers. In 2023 zwierven we hier ook weer rond en stuitten we op een prachtig kasteel mèt -tuin in Virieu, goed voor een picknick met uitzicht.

Bijna in het uiterste noorden van de Isère, boven Crémieu, ligt het archeologische  park Larina. Dit is voor de liefhebbers van prehistorie tot aan de late middeleeuwen. Crémieu is ommuurd en middeleeuws, dus ook een bezoekje waard. Hemelsbreed 35 km. onder Crémieu ligt la Côte-St.-André en hier fotograferen we een kasteeltje, om vervolgens onze weg te vervolgen via de D518 en D502 in Vienne aan te komen. Vienne ligt aan de Rhône en aan de A7 en N7, dè bekende routes naar het zuiden, maar ondanks het drukke verkeer van de N7, is deze stad zeker de moeite van het bezoeken waard. Wij wandelden daar in 2024 nog eens. Het heeft een indrukwekkende Romeinse geschiedenis en dat zie je bijvoorbeeld aan de Romeinse tempel gewijd aan Augustus en Livia, een obeliskvormige pyramide (uit het circus) en het Romeinse theater. Ook heeft het een mooie kathedraal (Saint Maurice), waar de ontbinding en vervolging van de orde van de Tempeliers (Concilie van Vienne in de 14e-eeuw) herdacht worden. Er is ook een hooggelegen kasteelruïne en een abdij en klooster. Richting Lyon verlaten we dit veelzijdige en schitterende departement Isère.