55 - Meuse (regio: Grand-Est)

 

Ooit was ik met mijn ouders en broertjes in de buurt van Verdun (op ongeveer 400 km van huis) in departement Meuse. Mijn vader heeft als eigenaardige hobby ‘de slagvelden van de 1e Wereldoorlog in Europa’ en hij vindt ook her en der regelmatig nog oorlogstuig in en op de aarde. Daarom moest en zou hij naar de Tranchée des Baïonnettes uit WO I. Daar waar vele soldaten staande in de loopgraven zijn gestorven met de bajonetten van hun geweren die er, nu soms nog steeds, bovenuit steken. Maar wij mochten niet mee, want het was te dramatisch voor onze tere kinderzieltjes. Ik ben vervolgens jarenlang benieuwd geweest. Maar die ouwe had wel gelijk en daar kwam ik pas in 1997 achter.

In dat jaar ging ik met echtgenoot WJ en hond een paar dagen naar de Meuse. We kozen voor camping Les Breuils bij Verdun en stonden aan een klein meertje. Spekkie voor ‘t bekkie van onze zwemhond Djarba. Alleen jammer dat het weer niet meezat toen. Verdun staat ook wel bekend als ‘het slachthuis aan de rivier de Maas’. Want in de slag om Verdun (1916) en in de nabije omgeving in WO I, hebben honderdduizenden soldaten het leven gelaten in, vooral, die loopgraven. Verdun heeft dan ook een grote nationale betekenis in de herdenking van deze verschrikkelijke loopgravenoorlog. Het is het symbool van de opoffering van vrijheidsstrijders. Je kan met een treintje de ondergrondse citadel bezoeken, waar toen ruim 2000 soldaten leefden en sliepen in een gangenstelsel van zeven km lang bij 7 graden C. Uiteraard is er ook een oorlogsmonument, bijzonder door de trappen en de bloemenzee. Het mooie Centre Mondial de la Paix is gevestigd in het voormalige bisschoppelijke Palais Episcopale van Verdun en staat naast de prachtige kathedraal uit de 11e-eeuw. In het stadhuis uit de 17e-eeuw is een oorlogsmuseum te bezoeken en uiteraard ontbreekt ook een Frans militair kerkhof niet, ‘du Faubourg Pavé’. Zeer indrukwekkend allemaal! Verdun heeft natuurlijk ook bijna helemaal in puin gelegen, maar de mooie toegangspoort Chaussé ziet eruit alsof deze weer gereconstrueerd is, maar dat weet ik niet zeker. De letterlijk beeldige Maarschalkengalerij is ook een bezoekje waard.

Ten noorden van Verdun liggen de meeste voormalige slagvelden. En wat het meest op mijn netvlies is blijven hangen zijn de compleet weggevaagde dorpjes, waarvan nu alleen nog bordjes bij bomkraters resteren. In Fleury-devant-Douamont bijvoorbeeld: “Hier bevond zich de bakker, de kerk…….dit was Rue St. Nicolas……” En voor mijn gevoel en die van onze, tegen ‘niets’ blaffende hond, dolen er ook nog geesten rond. Brrrr….we waren er heel snel weer weg. Zo zijn er 6 (van de 9) ‘Villages Detruits’, nooit meer opgebouwd, maar wel blijven bestaan uit eerbetoon.

Er is te veel om op te noemen (forten, monumenten), maar heel belangrijk en ook weer onwijs indrukwekkend is het Ossuaire de Douamont. Een monument voor en knekelhuis van zo’n 130.000 onbekende soldaten die hier zijn omgekomen. Uiteraard hebben we toen ook die beruchte loopgraven bezocht. Wat ik al zei, mijn vader had gelijk. Zelfs voor volwassenen is het intens schokkend om te zien.

Ten zuidwesten van Verdun begint de Voie Sacrée Nationale. Deze weg, die loopt tot aan Bar-le-Duc is zo genoemd, omdat de schrijver en politicus Maurice Barrès deze zo heeft gedoopt als eerbetoon aan alle, bijna 2 miljoen soldaten, die hierover werden vervoerd om naar het front te gaan. De meesten hebben dit dus niet overleefd. Om de kilometer staan er herdenkingspalen op deze heilige weg.

Gezellige hoofdstad Bar-le-Duc ligt aan het kanaal van de Marne naar de Rijn en heeft tal van historische monumenten, zoals een bijzondere kerk (St. Etienne), toegangspoort, klokkentoren, restanten van de ommuring en een prachtig terras met gigantisch uitzicht over de stad. In deze plaats bevindt zich de eerste paal van de Voie Sacrée. Het gelijknamige bronwater komt hier overigens niet vandaan…………..

We rijden via Ligny-en Barrois weer terug naar de Maas in ‘t zuidoosten van Meuse en landen in Vaucouleurs. In deze plaats is ooit een zwaard gesmeed voor de nationale heldin Jeanne d’ Arc. De fraaie ‘Porte de France’ en naastgelegen kapel herinneren hier aan haar. Haar wieg stond hier niet zo ver vandaan, maar dat is een ander departement en verhaal. We rijden langs de Maas naar Commercy. Hier komt het overheerlijke en bekende La Madeleine-cakeje vandaan. Je kunt hier een sfeervolle wandeling maken, die vernoemd is naar Stanislas (zie Nancy in dep. 54), langs prachtige historische gebouwen. Bijna 20 km stroomafwaarts komen we in St. Mihiel aan. Deze plaats is in 1918 zwaar beschadigd uit de oorlog gekomen, tijdens een veldslag. De église St. Etienne is hier onder andere de moeite waard. Ten oosten hiervan doen we Butte de Montsec (gedenkteken veldslag van St. Mihiel) en Lac de Madine aan. Het is te koud om te zwemmen, dus bekijken we vanaf een terrasje alle watersportievelingen en spotten sommige vogels die het meer rijk is.

Via Hattonchâtel (met fotowaardig kasteelhotel) rijden we terug naar Verdun om meteen door te rijden langs de Maas en gaan voorbij Brabant-sur-Meuse (oh?) naar het westelijker gelegen Butte de Montfaucon. Bij dit monument wordt de Amerikaanse overwinning herdacht tijdens het offensief van Meuse-Argonne. Argonne is trouwens de naam van de mooie streek hier.

Via Dun-sur-Meuse (hooggelegen Gotische kerk, uitkijkend over een zwemmeer) en Mont-devant-Sassey met zijn schitterend op een heuvel gelegen Notre-Dame-de-l’ Assomption, arriveren we in Stenay. Hier resideerde in een ver verleden koning Dagobert II. Niet die van Disney, maar een Meringovisch exemplaar, die heilig verklaard is en waar in de kerk een permanente tentoonstelling aan gewijd is. Verder is hier onder andere een biermuseum voor de liefhebbers (mijn partner is meteen wakker) en een jachthaven.

We vertrekken richting de Belgische grens en doen en-passant nog even de citadel van Montmédy aan en in Avioth bezoeken we de supermooie basiliek. We zijn hier in de streek die hoort tot de Franse Ardennen.

Ik kan niet zeggen dat departement Meuse mijn hart gestolen heeft, maar het is zeker zeer indrukwekkend en doortrokken van geschiedenis. Ik begrijp wel dat het hier niet zo dichtbevolkt is, aangezien ook de bevolking behoorlijk uitgemoord of gevlucht is. Maar ook is het een zeer landelijk departement, die van noordwest naar zuidoost doorklieft wordt door de rivier de Meuse. En jongeren trekken weg naar grote steden en die liggen toevallig niet in dit departement. Dommage!