34 -  Hérault (regio: Occitanië)

 

Zomer 1992: Het was bloedheet, de zon scheen uitbundig en de wind speelde verstoppertje. Echtgenoot WJ en hond Djarba liepen te hijgen en te puffen tussen de brokken steen en uitsparingen in de rotsen. Ikzelf was er maar even bij gaan zitten op een rotsblok, dat ooit onder water lag. Wie had verzonnen, dat we hier in de hitte moesten ploeteren? Het leek zo leuk om in de drooggevallen rivierbedding van rivier Lamalou, genaamd Ravin des Arcs naar natuurlijk gevormde bogen te zoeken. Ik ben bang dat ik degene was, die met dit onzalige idee kwam. Enfin, de bogen hebben we nooit gevonden en we zijn daarna maar gaan afkoelen in de druipsteengrotten Des Demoisselles. Die resideren in het noordoosten van de Hérault, net onder Ganges naast de D986. Net als waar die Arcs in het Ravin, ergens zouden moeten liggen. Ik weet zeker dat het anno nu, wel iets beter aangegeven zal zijn.

We zitten hier in het mid-zuiden van Frankrijk in een verbluffend gevarieerd decor van bergen, kloven, grote steden, kleine oude stadjes, kloosters en rivieren, zoals Orb en Hérault, Étangs, Bassins en de Mediterrannée. Ik bezocht nummer 34 in 1973 voor het eerst en na 1992 en 2000, in 2024 voor het laatst. Iets ten oosten van die D986 vinden we een gaaf kasteel in Notre Dame de Londres, een mooi uitzicht op de Pic St. Loup (opvallende berg tussen de heuvels) en een kasteelruïne (Montferrand).

Verder in het zuiden ligt hoofdstad Montpellier op 1200 km van mijn huis, in volle glorie en bijna aan zee. Montpellier heeft flink wat bezienswaardigheden, zoals fontein Les Trois Grâces op het Place de la Comédie, met ‘t gelijknamige operagebouw. Promenade du Peyrou met standbeelden en aquaduct. Er zijn ook triomfbogen, mooie kerken, een citadel, diverse torens en museums. Fantastisch!

Ten zuidoosten van Montpellier, ligt La Grande Motte met zijn futuristische flatgebouwen aan de Middellandse Zee. Maja-Pyramides lagen ten grondslag aan de bouwtekeningen in de jaren 70 van de vorige eeuw. Je kan het mooi of lelijk vinden, opvallend is het zeker. We rijden langs een paar étangs (moerasgebied) richting het zuidoosten van de Hérault en komen via Frontignan in Sète aan. Dit is een gezellig havenstadje tussen Bassin de Thau (zoutwinning) en de Mediterrannée, ook wel het Venetië van de Languedoc genoemd. Je kan hier uiteraard naar het strand, Plage de la Corniche voor een zonnebad of duik in de zee. In Agde heb ik gekampeerd in 1986. En natuurlijk in le Cap d’ Agde uitgebreid gezonnebaad en gezwommen in die geweldig mooie blauwe zee. Een boottochtje naar Fort Brescou is ook leuk om te doen. Vis-, schaal- en schelpdierenliefhebbers komen hier ook goed aan hun trekken in de vele restaurants.

Circa 17 kilometer boven Agde ligt Pézenas. Dit is een sfeervol historisch stadje met een rijk verleden en stadspaleizen uit de middeleeuwen. Het bezoeken waard! Noordoostelijk van Pézenas kan de prachtige abdij de Valmagne uit de 12e-eeuw bezocht worden. Compleet met middeleeuwse plantentuin. Vroeger werd hier ook wijn verbouwd en de abdijkerk heeft men in de 18e-eeuw verbouwd tot wijnkelder. Uniek! Hieronder, richting Bassin de Thau ligt Loupian, waar een Romeinse villa is te bezichtigen. Je ziet er prachtig mozaïek uit de 2e-eeuw en een museum om je compleet te laten informeren over deze oude tijden.

We gaan naar Béziers, één van de oudste steden van Frankrijk (ruim 500 jaar v.C.). De hooggelegen St. Nazaire kathédraal is interessant en al van verre te zien. Ook zijn er twee ruïnes van arena’s uit de Romeinse tijd. Verder is er een museum voor schone kunsten, de rivier de Orb, die hier het Canal du Midi in zwemt en een gezellige oude binnenstad met pleintjes en terrassen, waar je heerlijk kan relaxen. Ten zuiden van de stad stuiten we op les Écluses de Fonséranes. Dit zijn oorspronkelijk negen sluizen in trapvorming in het Canal du Midi. Boten worden hier over ruim 20 meter hoogteverschil vervoerd. Bijzonder! Oppidium d’ Ensérune ligt een paar kilometer ten westen van Béziers. Dit is een archeologische vindplaats van een Gallische nederzetting, die al bewoond werd in de Bronstijd. Het ligt op een berg met een fantastisch uitzicht op een drooggelegd meer (Montady), dat stervormig is opgedeeld in akkers. Heel apart!

Helemaal in het zuidwesten van Hérault ligt Minerve. Een oude Katharenplaats, die heel mooi omzoomt wordt door de rivieren Cesse en Briant. Die rivieren hebben zich ingevreten in het kalksteen, waardoor ondergrondse tunnels zijn gevormd. Mooi om in de zomer doorheen te lopen, als de ’t water opgedroogd is. Er zijn nog overblijfselen van een vesting en een heel oud kerkje uit de 11/12e-eeuw. Het gezellige Minerve ligt in de Minervois, een streek waar heel veel, tegenwoordig best behoorlijke, wijn vandaan komt. Wij bezochten dit mooie plaatsje in september 2024, vlak voordat er in de buurt branden uitbraken. Vreselijk, maar het is ook zo droog allemaal hier! We kampeerden in St. Chinian, waar ze een eigen AOC-wijn hebben, waarvan ik vooral rood en rosé behoorlijk kan waarderen. Vanaf de camping, die omringt wordt door wijngaarden keken we op een rotswand met daarop een molen, Moulin de Rocher. Die wilden we wel van dichtbij zien. Er werd geen reclame gemaakt voor een molen en ook niet voor de wandeling tussen de Garriques (fleurig struikgewas) en Les Capitelles, bovenop die rotswand, vanaf de molen. Les Capitelles, zijn met losse stenen opgestapelde muren met daarin diverse schuilhutten. Voor de boeren/schaapsherders, die siësta hielden waarschijnlijk. Het wordt door vrijwilligers en kunstenaars onderhouden en in stand gehouden. Leuk om te wandelen, ook vooral dank zij de prachtige panorama’s over het landschap rond St. Chinian en de Monts de l’ Espinouse in de verre verte. Die bergen zorgen voor wat meer niveauverschil in het landschap. Ten zuiden van St. Chinian ligt het bergdorpje 40 oftewel Quarante op een heuvel in het wijnbouwgebied. Bij Bar Le 40 kan je nog uit eten voor een zeer schappelijke prijs. De plaatselijke abdijkerk St. Mary uit de 11e-eeuw, krijgt een eervolle vermelding.

Vanaf St. Chinian trekken we over de D20 en D14 naar Rocquebrun, dat bijzonder mooi tegen een (bruine) rotswand ligt geplakt en langs de rivier l’ Orb. Verderop rijden we door de kloof van de Orb en door Tarrassac dat een aardige brug heeft met als decor de Monts de l’ Espinouse met onder andere de Mont Caroux (bijna 1100 m hoog) en Gorges d’ Héric. Je kan hier geweldig wandelen naar/op de berg en in de kloof. We staan dan inmiddels op de driesprong met de D908. Linksaf kan je helemaal naar La Salvetat-sur-Agout via Olargues (Pont du Diable uit de 13e-eeuw) of naar St. Pons-de-Thomières Wij gaan rechtsaf.

Bij Bédarieux (gezellige markten) gaan we naar het noorden en stoppen in Lodève. Dit is een heel oude, gezellige stad met een prachtige Gotische kathedraal die zo machtig mooi boven de stad uitsteekt. Er is ook een bijzondere brug uit de 14e-eeuw (Montifort). We pakken hier de A75 om naar Le Caylar te rijden. Onderweg genieten we van de ravijnen en rotsen van de Pas de l’ Escalette (bergpas). Hier wordt het plateau van Larzac verbonden met de vlakte rond Lodève, dat ca. 500 meter lager ligt. Ik meen te herinneren dat hier vroeger de N9 de verbinding maakte, voordat de A75 in de jaren ’90 en tientallen jaren daarna gefaseerd gebouwd werd. In 1973 en 1986 was het dus ook erg spectaculair om daarover heen te rijden. En nog steeds! In Le Caylar keren we om en doen deze weg gewoon nogmaals, gewoon omdat ik daar zulke heerlijk spannende herinneringen aan heb! Weer terug in Lodève draaien we de D153 op en stoppen bij Prieuré St. Michel-de-Grandmont. We laten ons rondleiden door deze prachtige kloosterkerk uit de 12e/13e-eeuw. We kamperen dan vlakbij in Soubès (Camping Les Sources), een alleraardigst dorpje compleet met ‘n authentieke alimentation met ’n fijn brooddepot en twee restaurantjes. In één van die restaurants (La Daronne) kan je privé-dineren (eten wat de pot schaft), als je geluk hebt. Er staan maar 2 tafels binnen. Op het terras een paar meer.

In 1992 kampeerden EW en ik op een mooie camping aan het Lac du Salagou bij Clermont l’ Hérault in ‘t zuidoosten. Dit stuwmeer wordt omgeven door okerrode heuvels en dat is supermooi om tussen te wandelen, met blauw water en blauwe luchten op de achtergrond. Wij deden in 2024 een wandeling aan de noordkant en zagen ook nog een oude kapel en basalten orgelpijpen in het landschap. Die okerrode kleur heeft op de allerlaatste kampeerdag van 1992, onze toen nieuwe lichtgrijze tent voor de rest van zijn leven rood gekleurd in een fikse regenbui. Het heeft tot 2000 geduurd, voor ik het weer aandurfde om daar te kamperen. En toen kwamen we niet meer weg. Bijna dan, want op een dag gingen we benzine tanken in Clermont en we zagen lange rijen bij de benzinepomp. We mochten maar een heel klein beetje tanken van een brandstof, die we normaal al niet hadden en moesten afwachten. In mijn herinnering was dit de eerste crisis van velen: vrachtwagens blokkeerden de boel in heel Frankrijk. Nou ja, we hadden nog een kleine week. Stilzitten was geen optie en dus bezochten we ondertussen Cirque de Mourèze, dat vlakbij Clermont l’ Hérault ligt. Dit is een chaotische natuurlijke toestand van rotsblokken. Leuk om doorheen te wandelen. Ik deed dat in 1973 ook al eens. Noordoostelijk daarvan ligt St. Guilhem-le-Désert, een dorpje met een klooster dat al gesticht is in de 9e-eeuw, maar waar niet veel meer van over was. Het werd in de 11e/12e-eeuw al herbouwd. Dit geheel is supermooi en geweldig gelegen aan de Gorges de l’ Herault, die eveneens uitzonderlijk prachtig zijn. Restauranttip: Chez Barmy’x (soort piratenschip op het droge met een bijzondere bediening). Je kan in dat gebied ook nog diverse wandelingen maken, onder andere naar Cirque d’ Infernet. Het nabij gelegen Grotte de Clamousse heb ik niet bezocht, maar deze schijnt een moetje te zijn, als je van druipstenen houdt. Een andere Cirque, die van Navacelle in het noorden op de grens van nr. 34 en 30 is ook een moetje. Dit is een bijzonder keteldal, ooit ingesleten door de rivier de Vis. Vanuit de hoogte is het op z’n mooist te zien.

Na die week in ’92 moesten we toch echt naar huis, maar we hadden inmiddels helemaal geen benzine meer en het was nog steeds niet te verkrijgen. Huis, haard en werk gebeld om te zeggen dat het (hoeveel?) later werd en verder maar genieten in en om het meer van Salagou en van de zon. Want die scheen gelukkig uitbundig! Met boodschappen werd het ook lastiger, want het stadje met supermarkt lag 5 kilometer verderop. We deelden zorgen en berichten met een paar overgebleven kampeerders. Enfin, na een paar dagen kwamen er berichten dat er mondjesmaat weer benzine was en we durfden het er wel op te wagen. In twee etappes zijn we naar huis gereden, elk tankstation bezoekend, dat we tegenkwamen. En er was dus echt nog niet overal benzine! Het was superspannend, maar het is gelukt! Uiteindelijk waren we maar twee dagen te laat terug op het werk.