41 – Loir-et-Cher (regio: Centre-Val de Loire)
We strijken neer in Blois, prefectuur van het 41e departement en ongeveer in het midden hiervan gesitueerd. Het ligt op 640 km afstand van mijn geliefde Gouda, is qua inwoners kleiner, maar ziet er vanaf de linkeroever van de hier stromende Loire heel erg indrukwekkend uit. Je ziet een paar kathedralen en een kasteel. Uiteraard een kasteel, want we zijn nu in de regio Centre-Val de Loire en dat betekent veel châteaux in overwegend Renaissance stijl en een aantal belangrijke rivieren in een voornamelijk vlak en soms heuvelachtig gebied. Deze keer zijn de natte hoofdrolspelers naast Loire in het midden, Loir in het noorden en Cher in het zuiden van dit departement. In Blois kan je jezelf wel een flinke poos zoethouden met het bekijken en bezoeken van het kasteel, waar circa 17 koningen hebben gezeteld. Daarnaast vragen de kathedraal, de kerken, de voormalige kloosters en musea ook wat aandacht van de toerist. Er is zelfs een huis van de magie tegenover het kasteel en een Nationale Stoeterij voor paardenliefhebbers. Daarna moeten we echt even bijkomen op een terras in het historische en prachtige centrum, om heel relaxt onze verdere plannen voor dit departement te ontvouwen! We besluiten om helemaal in het noorden te beginnen met wat onbekendere kastelen en andere oude bouwsels.
Eerst zetten we de tent neer op een camping in Vendôme en rijden naar het noorden. Via de D921 komen we uit in Arville. Je zal het verwachten, maar hier dus geen kasteel, maar wel een oude commanderie van de Tempeliers. Leuk om te bezoeken! Daarna volgen dan wat oude gebouwen in St. Agil (kasteel van rond 1500), het Manoir van Alleray (leuk als trouwlocatie mocht je toevallig in die gelegenheid zijn), een ruïne van kapel Guériteau bij Choue, de 1000 jaar oude ruïne van een fort met donjon in Mondoubleau. In die laatste plaats kan je ook nog je paard laten draven in het hippodroom. Datzelfde kan ook in de nog meer verderop aan de D9 (na D921) gelegen plaats Savigny-sur-Braye, dat zelfs meerdere kastelen herbergt, maar deze zijn helaas niet te bezoeken. Langs de noordwestgrens zakken we via de D31 af naar de rivier Loir, dat een zijrivier is van de Sarthe, niet van de Loire, zoals je zou denke. We komen dan uit in Couture-sur-Loir met het monumentale Manoir La Possonnière, geboortehuis van de dichter Ronsard (16e-eeuw). We volgen de rivier richting Vendôme en komen wat aardig gelegen plaatsjes tegen, zoals Trôo en charmant middeleeuws Lavardin met zijn grotwoningen en hooggelegen kasteelruïne. Echt genieten is het hier.
Vendôme, omschreven als groen en rustig, is een echte wandelplaats en dat ontdekken we dus ook via de uitgezette routes. Per boot kan ook, want de Loir snijdt de stad in tweeën. Gelukkig wel verbonden door vele bruggetjes. Het park, de markt, de abdij en het kasteel zijn allen een bezoekje waard!
De volgende dag breken we de tent op en gaan de Loir stroomopwaarts verkennen. We vinden hier Fréteval en zijn ruïne, maar toch verlaten we hier de rivier en koersen via de D12, D917 en D15 naar Talcy in het mid-oosten van dit departement. Hier bezoeken we weer een kasteel, waarom ook niet! We blijven de D15 volgen en steken buiten het plaatsje Mer, dan de Loire over. Die machtige rivier van ruim 1000 km lang, die dit departement in tweeën snijdt. We arriveren in het Parc de Chambord, hèt bos voor de jacht op nationaal niveau met uiteraard een jachtkasteel. En niet zomaar één. Dit is een wel heel bijzonder exemplaar en dit grootste en beruchtste kasteel van de Loirestreek is echt een moetje om te bezoeken. Chambord is dus gebouwd als jacht- en feestkasteel en nooit bedoeld om langdurig in te wonen. Dan weet je wel hoe er met geld gesmeten werd in die 16e-eeuwse kringen. Koning Frans I is begonnen met de bouw en was een 30-tal jaren later al dood, voordat het af was. Hendrik II, Lodewijk XIII en XIV bouwden en jaagden hier ook graag, om maar even een paar bekende kopstukken uit die tijd te noemen. Bijzonder in het kasteel is toch wel de dubbele wenteltrap in het midden, je komt elkaar niet tegen als je de juiste trap neemt. Waarschijnlijk is deze ontworpen door Leonardo Da Vinci. Als kind is die dubbele trap me goed bijgebleven, want daar kon je heel leuk verstoppertje spelen. Er zijn 440 vertrekken, 385 haarden en dus ook enorm veel schoorstenen op het dak. Overal salamanders (het wapen van Frans I) en nog veel meer. Je kijkt je ogen uit. Moegestreden, slapen we later heerlijk op de nieuwe camping, zo’n beetje naast het Fôret de Boulogne in Bracieux, zuidelijk van Chambord.
Villesavin ligt naast Bracieux en we gaan vanaf hier onze kastelentocht voortzetten. Hier is eveneens een prachtig Renaissancekasteel, maar wel een kleintje en gebouwd door de zelfde bouwers als van Chambord. Bij het gave kasteel van Cheverny uit de 17e-eeuw kijken we al weer onze ogen uit. Wat een pracht en praal, inclusief een jachthondenkennel en expositie over stripheld Kuifje. Blijkt dat dit château model heeft gestaan in de stripverhalen van Kuifje. Het kasteel van Troussay even verderop behoorde vroeger ook tot het landgoed van Cheverny.
Nog steeds niet kasteelmoe trekken we verder via het, mooi opgeknapte, fortachtige middeleeuwse kasteel van Fougères-sur-Bièvre. Daarna gaan we richting het westen nog even terug naar de Loire en het daaraan gelegen Chaumont-sur-Loire. Hier staat een kasteel uit de 15e-eeuw, waar een echte prins en prinses (de Broglie) hebben gewoond en dat zie je onder andere aan de luxe paardenstallen en Engelse tuinen. Helaas werd de prinses weduwe en hertrouwde een man met een gat in z’n hand, dus leefden ze niet lang en gelukkig. Ze moesten het verkopen. Tegenwoordig is het Unesco werelderfgoed.
De volgende dag gaan we naar het uiterste zuidwesten van dit departement en komen uit bij de rivier Cher, het plaatsje Chissey-en-Touraine (kasteel is tot hotel verworden) en Montrichard. Hier rest slechts nog een donjon en een kerker van een kasteel dat in diverse oorlogen verwoest is. We verlaten de rivier voor even en komen via de D764 aan in Pontlevoy. In 1991 hadden we hier een heerlijke wijnproeverij en namen we dozen vol met Touraine-wijnen mee. We doen een dergelijke proeverij nog eens dunnetjes over. En van proeven komt kopen. Daarna houden we het even voor gezien. Morgen weer een dag!
Die laatste dag beginnen we in het zuiden in de stad Romorantin-Lanthenay, dat in mijn oren klinkt als een dure wijn, maar dat dus niet is. Voor de gein wel even gegoogeld. Blijkt Romorantin toevallig wel een zeldzame druif te zijn, die gebruikt wordt voor wijn uit de Loirestreek: AOC Cour-Cheverny (lijkt ‘n beetje op Chardonnay uit Chablis). Dommage! Die hebben we dus gisteren niet geproefd! In de plaats loopt rivier de Sauldre en die zorgt voor mooie brugtaferelen en molens. Historische vakwerkhuizen zijn er ook. Er is ook een museum met de geschiedenis van de streek Sologne. Leuk stadje! We zakken weer af naar Cher en zien in Selles-sur-Cher en St. Aignan de laatste kastelen van deze trip.
Loir-et-Cher je was schitterend, maar nu komen de kastelen toch ons….uit. Assez! Dus proeven we in Selles ook nog het in as gelegde blauwadergeitenkaasje. Het zou beroemd zijn, maar geen enkel belletje gaat rinkelen. Wel lekker! En St. Aignan heeft ook nog eens een interessante dierentuin. Één van de beste ter wereld, zegt men. Het is in ieder geval groot en het is leuk om eens een keer een reuzenpanda in het echt te zien. Het zal je niet verbazen, aan het eind van de middag zitten we voor onze tent in een lekker zonnetje en vanuit de luie campingstoel proosten we met een mooie Touraine wijn op het 41e!