54 - Meurthe-et-Moselle (regio: Grand-Est)
Meurthe-et-Moselle ziet er een beetje apart en nogal pokdalig uit. Ik bedoel dat de grenslijn behoorlijk grillig verloopt, zo in het noorden van Frankrijk. De noordgrens heeft een gezellig onderonsje met België en Luxemburg. Ter hoogte van Chambley-Busières, even boven het midden heeft dit departement een smalle nek van ongeveer 7 km breed. En dat is niet het enige nauwe gedeelte. In het noordwesten vind je nog twee smalle repen van slechts een paar honderd meter breed. Wie verzint zoiets? Nog een grenswaardig weetje: de getrokken streep tussen M-et-M en departement Moselle, was tussen 1871 en 1919 de grens met Duitsland. Die twee hadden nogal eens ruzie in het verleden. Ik ken dit 54e departement vooral van veel er doorheen rijden, vaak vanaf Luxemburg (goedkoop tanken natuurlijk) naar zuidelijker gelegen gebieden in Frankrijk en vice versa. Maar ditmaal duiken we erin.
Op 480 km van Gouda ligt Nancy, ontstaan in de 11e-eeuw. Mooi gelegen in een vallei van rivier de Meurthe is deze grandioze stad de préfecture. Vanaf de hooggelegen A31 kan je dit heel mooi zien liggen in de diepte. Als ik dat plaatje zie, begint mijn vakantiegevoel pas echt! We pakken de afslagen Maxéville en Centre Ville. In het centrum vinden we onder andere drie pleinen die behoren tot het Werelderfgoed van Unesco. Van Place d’ Alliance, Place de la Carrière en Place Stanislas is de laatstgenoemde de bekendste en heeft het mooiste Art Nouveau-stijl. Ooit aangelegd in de 18e-eeuw door ontwerper Héré voor de kunstminnende Stanislas, schoonvader van Napoléon XV in. Echt fantastisch, vooral ook die, met goud gekleurde, smeedijzeren toegangshekken! We laten de gezellige stad op ons inwerken tijdens een lunch op een terras hier op Place Stanislas. Daarna doen we nog een stadswandeling en dan kom je nog heel veel interessants tegen, waaronder een stadspoort (Porte de la Craffe), diverse musea en het mooiste operahuis ter wereld, het Opéra National de Lorraine.
Onder Nancy loopt de Moselle, in onze volksmond ook wel Moezel genoemd. We volgen de Moselle richting het zuidoosten van dit departement. Onder Flavigny-sur-Moselle pakken we de D913 naar het zuiden en zien even later het 18e-eeuwse kasteel van Haroué, compleet met parkachtige tuin. De D9 vanuit Haroué voert ons terug naar de Moselle en naar Lunéville, dat weer aan de Meurthe ligt. In de 18e-eeuw was dit de hoofdstad van de streek Lorraine en daardoor woonden er vele hertogen, die het paleis van Lunéville bevolkten. Dit prachtige kasteel had die van Versailles een beetje als voorbeeld en is samen met de tuinen ook zeker een bezoekje waard. Ik vergeet bijna St.-Nicolas-de-Port te noemen. Dit historische, sfeervolle plaatsje ligt tussen Nancy en Lunéville in, eveneens aan de Meurthe. Er is hier onder andere een supermooie basiliek uit de 15e-eeuw te bewonderen.
Zo’n 22 km zuidoostwaarts van Lunéville ligt pittoresk Baccarat met mooie vakwerkhuizen en daar staat ook een kristalfabriek, die heel bijzondere kristallen maakt. Uiteraard kun je daar in het plaatselijke museum meer over te weten komen. Oostelijk hiervan vind je groene rust in de vorm van een meer (Lac de Pierre-Percée), bossen en heuvels. We tanken even bij aan de oever op een klein strandje en laten de zonnestralen onze huid prikkelen. Je kan hier ook heerlijk wandelen en fietsen, als je in een actievere bui bent.
We moeten verder naar zuidelijker oorden en dan kom je via de A31 langs Toul. De A31, die even verderop bij Gye een tolweg wordt. Goedkoper is de gratis D674 en dat is eigenlijk veel leuker als je de tijd hebt. Je komt dan langs Colombey-les-Belles en daar heb ik nog weleens lekker gegeten in een landelijk en rustiek restaurant. Overigens kun je als kerk- en kathedraalliefhebber ook nog je hart ophalen in Toul, dat sfeervol is gelegen aan de Moselle.
Als we een paar weken later terug komen uit zuidelijk France en weer bij Nancy in de buurt terecht komen, bezoeken we mooie basiliek St. Nicolas-de-Port, ten zuidoosten van Nancy. We trekken verder naar het noorden, slingeren een stukje mee met de Moselle en komen aan in Pont-à-Mousson. We bezoeken hier onder andere de abdij van Prémontrés, tegenwoordig een cultureel centrum, fraai gelegen aan de oever van de Moezel.
Daarna wagen wij ons door het smalle nekkie van dit departement. Onder het genot van een bakkie koffie, bepalen we in het aardige plaatsje Briey wat er nog te doen is in het noorden van Meurthe-et-Moselle. We besluiten naar het noordwesten te gaan en wandelen daar een paar kilometer heel prettig langs de D17 en de vallei van een riviertje, de Chiers. We stoppen pas met lopen als we in Cons-la-Grandville het kasteel zien. Daarna nog wel teruglopen naar de auto natuurlijk.
We brengen ook nog een bezoekje aan Fort de Fermont, dat daar vlakbij ligt. Een overblijfsel van de Maginotlinie, gebouwd tussen 1930 en 1940. En daar weer vlakbij ligt Lexy en daar is een ossuarium te bezoeken. Het bevat de resten van ca. 65 soldaten uit WO I. Ik heb ‘t niet zo op die knekelhuizen, dus ik sla deze keer over.
We nemen afscheid van departement M-et-M in vestingstad Longwy, waar ingenieur Vauban zijn stempel drukte op de versterkte muren (stervorming).
Dan is het klaar, we gaan naar huis en rijden de grens met België over.