51 - Marne (regio: Grand-Est)
Wie Marne zegt, zegt ook champagne! Dit bruisende en feestelijke drankje komt voor een groot gedeelte uit dit 51e departement. Daar waar je glooiend groene en uitgestrekte wijnhellingen ziet in combinatie met aardige dorpjes en champagnesteden Épernay, Reims en Châlons-en-Champagne. De druivensoorten Chardonnay, Pinot Noir en Pinot Meunier zijn de smaakmakers van deze bubbels en die worden hier dus verbouwd. Je kan er wandelen en fietsen en de omgeving heeft een rustgevend effect op een mens. Je kan het ook saai noemen, als je er alleen maar doorheen rijdt. Maar die wereldberoemde, hier ontstane bubbels, daar kan je toch niet omheen? En voor een champagneproeverij heb ik wel wat over!
Châlons is de hoofdstad van Marne, ligt bijna precies in het midden en op een ruime 400 km afstand van mijn huis. Het wordt doorsneden door rivier de Marne en nog een paar kleine riviertjes. Daardoor noemt men deze plaats ook wel het kleine Venetië. Je kan dit ook per boot ontdekken. Vroeger heette deze plaats Châlons-sur-Marne, maar in 1997 vond men het nodig de stad te herdopen. Er kleeft ook nog wat Romeinse geschiedenis aan (Catalaunum) en Atilla de Hun zou hier verslagen zijn. Het voormalige kamp van Atilla ligt in ieder geval ten noorden van Châlons. Verder vind je er onder andere een kathedraal en een Unesco-waardige kerk, Notre Dame en Vaux.
In L’ Épine, 5 km schuin boven Châlons, staat een prachtige basiliek, beroemd om de gargoulles (waterspuwers) en om haar afmetingen. Een behoorlijk groot Huis van God voor een dorp, maar het ligt aan de bedevaartsroute naar Santiago de Compostello.
Épernay is de hoofdstad van de champagnestreek. En heeft zelfs een Avenue de Champagne, waarlangs veel belangrijke champagnehuizen hun statige residentie hebben. Onder die bedrijven zijn enorme tunnels aangelegd, waar de Champagne bij een constante 10 graden doet wat het moet doen, voordat het gedronken kan worden. Sommige tunnelkelders zijn te bezoeken, wel tegen betaling, wat je dan wel een gevuld champagneglas oplevert! Lekker! Enkele tunnels zijn zelfs kilometers lang! Bij Cave Mercier bijvoorbeeld, kan je als bezoeker met een treintje in die tunnels om te zien hoe de champagne gemaakt en tot stand komt. In het karakteristieke Hautvillers even boven Épernay, woonde Dom Pérignon in de abdij St. Pierre. En hij ligt er ook begraven. Maar zijn wieg stond in Ste-Menehould in het noordoosten van 51. Deze monnik was, zeg maar, de uitvinder van de beroemde mousserende wijn.
In Reims in het noordwesten, zijn ook nogal wat bekende champagnehuizen gevestigd. Het heeft ook een Romeins verleden (Durocortorum) en was ooit de provinciehoofdstad van België, dat ook geannexeerd was door Rome. Ik herinner me van een vakantie in 1968 de Romeinse triomfboog Porte Mars uit de 3e-eeuw. In 1984 heb ik in Reims een nachtje hotel gedaan. Voor de rest zwaai ik af en toe vanaf de A4 of A26 naar deze plaats. Dus ik herinner me er verder weinig van. Wat is er niet te missen in deze stad? Het aartsbisschoppelijk paleis de Tau, de kathedraal Notre Dame en de basiliek St. Remy! Verder kun je nog een klein gedeelte zien van het voormalige stratencircuit Reims-Gueux, waar tot 1966, 14 Grand Prix op zijn verreden. Reims is in de 1e Wereldoorlog behoorlijk verwoest, maar ook weer opgebouwd. De capitulatie van de Duitsers in WO II is hier getekend op 7 mei 1945.
Als je dan toch in Reims bent, ga er dan ook even uit en ontdek ten zuiden hiervan het Forêt de la Montagne en Parc Naturel Régional de la Montagne de Reims. Ten westen van Reims ligt Fort de la Pompelle en dat heeft een erg indrukwekkend museum over WO I.
St. Armand sur Fion in het zuiden behoort tot de Plus Beau Villages de France en ligt even boven Vitry-le-François, dat ook een aardig plaatsje is. En als een dorp tot die mooiste plaatsjes categorie behoort, dan weet je, dat het ’n moetje is! In middeleeuws Sézanne in het zuidwesten pakken we een terrasje en bestellen we een glaasje bubbels, voor we ons in een meer natuurlijke omgeving gaan onderdompelen. Wordt het ‘t moerasgebied van St. Gond of het Forêt de la Traconne, waar dit charmante plaatsje tussen ligt? Of laten we ons verleiden tot een koele duik in het Lac du Der-Chantecoq helemaal in het zuidoostelijke puntje van Marne? Wie weet?
Ik zeg sowieso: “Proost op bruisend Marne”!