74 Haute-Savoie (Auvergne-Rhône-Alpes)
Eindelijk had ik dan de eer om de keizer der bergen te ontmoeten, de Mont Blanc. In juni 2022 was het zover, we kampeerden voor het eerst in de Haute-Savoie. Nog nooit eerder geweest, al kan ik me één foto herinneren van toen ik 3 jaar was met daarop het meer van Genève. Maar dat kan vanaf Zwitserland geweest zijn. Enfin de Mont Blanc, die ligt nog net op Frans grondgebied, al beweren de Italianen, dat het een meetfout is geweest van de Franse cartograaf. De grens had precies op de top moeten lopen van hun Monte Bianco. Die top ligt op ongeveer 4808 meter hoogte en is van verre al te zien. Het is de hoogste Alpentop en één van de hoogste van Europa. Onderdeel van het Mont Blanc Massief dat zich uitstrekt over Frankrijk, Zwitserland en Italië. Het drielandenpunt ligt op zo’n 3820 m. hoogte op Mont Dolent in het Zuidwesten van de Haute-Savoie. De tot in de 18e-eeuw verdoemde Mont Blanc werd in 1775 voor het eerst beklommen, zonder succes. Pas in 1786 kwam er een geslaagde poging. Het is ook een hele onderneming, waar wij maar niet aan begonnen zijn, zoveel tijd hadden we nou ook weer niet!
Wij zijn in Chamonix-Mont Blanc (aan de voet van) eerst maar eens het Office du Toerisme ingedoken voor andere mogelijkheden. Die zijn er legio, maar wij kozen om tegenover de berg 2 kabelbanen te nemen naar uiteindelijk 2525 m. hoogte op berg Le Brévent. Vandaar hadden we een schitterend uitzicht op de witte reus en het gezellige Chamonix dat daar diep beneden ligt. Tussen hier en de top lag nog 10 km horizontaal, verticaal steeg de overkant nog 2,3 km. Bijna ongelooflijk, wat een monsterberg! We waren zo ontzagwekkend blij dat we ‘m nu dan in levende lijve zagen! Rob en ik waren er beiden stil van. Op Le Brévent konden we aan de achterkant nog een beetje wandelen met ook weer mooie vergezichten en hier en daar nog wat sneeuw. Vanzelfsprekend is hier voor hoogtevrees geen plaats.
Maar er is nog veel meer te beleven in 74. We kampeerden de eerste week bijna aan het meer van Annecy in Chaparon, dat onder Doussard valt op een eenvoudige camping (Le Taillefer) met het mooiste uitzicht ooit (op de bergen aan het meer). Vanaf hier hebben we het hele meer rondgefietst op elektrische huurfietsen. Echt een aanrader! Het grote meer is prachtig blauw met het schoonste water afkomstig uit gletsjers en zeer geschikt voor allerlei watersporten. Het weer kan hier flink omslaan, maar toch wemelt het hier van de campings, hotels en toeristen. Het is ook zo’n fantastisch gebied en wij hebben bijna de hele week zon gehad. Parapenters en deltavliegers zie je hier ook zat. Rob is in een duosprong van de berg Montmin tegenover onze camping afgesprongen. Hij vond het helemaal geweldig. Mooi om die sprongen te zien ook, zowel van beneden als van bovenaf! Ik wil ook (ooit nog).
Hoofdstad Annecy ligt op zo’n 950 km van onze woonplaats en is erg druk, waardoor parkeren lastig is. Maar Vieille-Annecy moet je echt gezien hebben, dat lijkt een beetje op Venetië, zoals het ligt aan rivier de Thiou in het westen van de stad. Niet te verwarren met Annecy-le-Vieux, dat ligt in het noorden. Als je een beetje verdwaald zoals wij, dan kom je daar vanzelf achter! Opvallend detail: iedereen likt in de stad aan enorm(e) ijs(jes). Nou ja, die waren inderdaad echt mjammie!
Ten zuidwesten van Annecy liggen de Gorges du Fier en ’t charmante kasteel Montrottier in Lovagny. De eerste bestaat uit diepe smalle kloven die rivier de Fier bijna geheel aan het zicht onttrekken en daar kan je op stalen paden hoog boven lopen. Er loopt ook een spoorlijn overheen, dus de relatieve stilte wordt af en toe verstoord.
Een ritje door het zuiden van dit departement leverde ons heel wat leuke wintersportplaatsjes op, zoals Megève, La Clusaz en Le Grand-Bornand. Bij Col de la Colombière op ruim 1600 m. hoogte hingen de wolken mooi gedrapeerd over de bergen en het was best koud. Het iets verderop gelegen Chartreuse de Reposoir (klooster) lag in een prachtig decor aan een grote vijver met een berg op de achtergrond.
De tweede week verkasten we naar een camping in Taninges, een beetje middenin 74. Niet de allermooiste plaats, maar wel mooi gelegen en een beetje strategisch om het noordoosten van dit departement uit te kammen. En voor boodschappen en een keer dineren ook zeer geschikt.
Zo bezochten we Samoëns, dat hier 11 km naar het oosten ligt. Een gezellig wintersportplaatsje met leuke winkeltjes, een markt op woensdag en een fraai aangelegd botanisch park, dat gratis te bewandelen is. Verderop kan je vanuit Sixt-Fer-à-Cheval op smalle wegen naar diverse watervallen rijden en gaan wandelen. Wij deden er één: Cascade du Rouget. Supergroot en mooi!
Nog 12 km verder eindigt de weg en kun je verder lopen in het keteldal Fer-à-Cheval. Machtig mooie wandelingen kan je doen in dit oeroude hoefijzervormige ex-gletsjerdal. Daar waar een paar rivieren ontstaan, waaronder de Giffre, die ook langs onze pleisterplaats Tanninges loopt.
Als je vanuit die plaats naar het noorden rijdt, kom je terecht in Les Portes du Soleil, een groot skigebied, waar bijvoorbeeld Morzine en les Gets toe behoren. Nog verder naar het noorden rijd je nog steeds tussen de bergen, die dan toch lijken te verdwijnen en dan sta je opeens voor het gigantische Meer van Genève dat grotendeels gedeeld wordt met Zwitserland. We hebben hier bekende namen als Évian- en Thonon-les-Bains, letterlijk rechts laten liggen en gingen vol voor het kleine stadje Yvoire. Pas de regret, want het ligt idyllisch aan het Lac Léman, wat de Franse naam van dit meer is. We hebben hier lekker gepicknickt, wat gewinkeld en genoten van het kasteel en het uitzicht voor we weer instapten en terugreden naar ons vlakke NL. Dat zou afzien worden!