30 - Gard (regio: Occitanië)

 

De Gard is één van mijn lievelingsdepartementen, ik ben er ook zeker 7x geweest. De zon, de Romeinse erfenissen, het landschap, de gezelligheid in de plaatsjes zijn een paar heerlijke ingrediënten in mijn liefde voor dit departement. Ik heb al vroege jeugdherinneringen aan dit deel van France. In 1968 en 1973 deed ik met mijn familie Pont du Gard aan. Dit is toch wel een, behoorlijk tot de verbeelding sprekend, aquaduct van drie verdiepingen hoog nabij Remoulins. Machtig mooi, van Romeinse makelij en het wordt omringt door prachtige, indrukwekkend grote, oude olijfbomen.

In 2016 ontdekte ik met partner Rob, Goudargues. Het ligt op ca.1100 kilometer van Gouda, waarnaar het natuurlijk vernoemd is…. En het ligt in het mid-noorden van de Gard in het zuiden van Frankrijk. Vlak onder rivier de Ardèche. In 2018 kwamen we nog een keer terug in dit, vooral gezellige, plaatsje Goudargues. Het heeft ca. 1000 inwoners, minstens drie campings (waaronder een grappige retro-camping, waar onder andere stokoude caravans op staan), een paar restaurantjes, veel platanen die een gekanaliseerd beekje omzomen (ontstaan uit meerdere bronnen in dit plaatsje), een leuke markt en veel horeca en terrasjes, met in het bijzonder, Café de France. Oh, en vergis je niet in dat lieflijke beekje. Op de muur van de eerste etage van één van de weinige souvenirwinkeltjes, is een witte streep geverfd om aan te geven waar dat beekje liep tijdens de overstroming van, ik vermoed, 2002. En dat was dus niet misselijk, zo hoog. Er zijn hier ook meerdere overstromingen geweest van de rivier de Cèze, die hier ook niet ver vandaan stroomt. Enfin, Café de France in ’t centrum heeft een heel aparte uitbater, Jean-Claude, ik weet niet of hij echt zo heet, maar we noemden hem gewoon zo. Hij heeft ons veel gezelligheid, bier en wijn gebracht tijdens het EK-voetbal van 2016. Geen idee meer wie er won btw. In 2018 was hij nog steeds erg gastvrij op zijn eigen charmant lompe manier. Er is ook regelmatig een live performance te horen en te zien van een lokale Franse musicus. We hebben wel een paar Franse vrienden gemaakt daar!

Als we ons losrukken van de gezelligheid, bezoeken we aan de overkant het hooggelegen Cornillon. Een gehucht, er valt verder weinig te beleven, maar met enorme agaven rond een kasteelruïne en een mooi panorama over de omgeving.

Verderop ligt heel mooi La Roque sur Cèze en Cascade du Sautadet in het Gardse landschap. De laatste is een waterval die niet uitblinkt in lengte, maar in breedte en grilligheid van het gesteente waar het water doorheen geperst wordt. Nooit eerder zoiets gezien! Qua natuur ook heel erg interessant: Les Concluses, oftewel les Gorges de l’ Aguillon (zuidwestelijk richting Lussan). Je wandelt/daalt af naar een kloof en wordt verrast door enorme aantallen vlinders (waarvan ik achteraf denk, dat het buxusmotten waren). De rivier Aguillon vreet zich hier door de witte rotsen heen, wat spectaculaire plaatjes geeft. Lussan ligt vreedzaam in de middagzon te slapen. Mooi om door heen te wandelen.

Helemaal bovenin de Gard, is Aiguèze een pareltje aan de Ardèche, maar hoort nog net tot de Gard! Pont-St. Esprit herinner ik me als “we zijn er bijna” op de weg naar het zuiden, zowel naar Ardèche, Gard en de streek Camargue en Provence. Als je vanuit Pont-St. Esprit afzakt naar Bagnols-sur-Cèze en vijf kilometer verderop Camp de César bezoekt zal je misschien niet heel erg onder de indruk zijn van die opgravingen van dat kamp. Alhoewel mijn Rob daar eigenhandig nog een scherf heeft opgegraven van een enorme amfora (denkt hij). Maar je geniet daar wel van de uitzichten die het biedt op het laaggelegen Rhônedal en oosten van Frankrijk en dan in het bijzonder valt op, de Mont Ventoux. Je weet wel, die puist in het Provençaalse landschap, die overal bovenuit steekt en die minstens 50 kilometer verderop ligt in departement 84.

Uiteraard bezochten we in 2016 de Pont du Gard, want Rob had deze ook nog niet gezien. Nog steeds heel indrukwekkend, maar waar ik jaren geleden gewoon een kaartje kocht voor 2 euro (misschien was het zelfs nog wel 2 francs, om te parkeren) is het nu een heel circus geworden met daarbij een museum en uiteraard sterk verhoogde prijzen. Tien kilometer ten westen hiervan ligt Uzès, een mooi stadje met oude platanen rond een gezellig centrum met terrasjes en winkeltjes. Hier moest gewinkeld worden en uiteraard pakten we hier een terrasje.

In 1987 kampeerde ik met mijn toenmalige bijna-echtgenoot WJ in Anduze aan de rivier Gardon ten zuidwesten van Alès. Vanuit Anduze bezochten we St. Ambroix helemaal in het noorden en stuitten bij toeval op het geruïneerde kasteel van Portes, dat toen in de steigers stond. Anno nu zie ik in mijn Michelinbijbel, dat het een gaaf kasteel moet zijn, dus waarschijnlijk is de restauratie heel goed gelukt. Maar vanuit Anduze is er nog veel meer om te bezoeken in de nabijgelegen landschappen. Denk daarbij aan het Château van Tornac (ruïne), de Bambouseraie de Prafrance  (bamboebos en Oosterse tuinen), Grotte de Trabuc en het stoomtreintraject van de Cévennen Touristique tussen Anduze en St. Jean-de-Gard. Of je gaat lekker zonnebaden op de keistenen strandjes langs de Gardon, ook wel Gard genoemd.

Opmerkelijk is de route over de Col de l ’Asclier (in de Cévennen), die staat nu rooddooraderd aangegeven (D152/D20) en dat betekent ‘gevaarlijk of moeilijk’ op z’n Michelins. Nou kan ik me herinneren dat de weg heel smal en hobbelig was, maar ik was toen 26, verliefd en dol op avontuur, dus zag ik geen gevaar. Het is ook probleemloos verlopen en we hadden mooie vergezichten over het ruige berglandschap en amper tegenliggers of auto’s die ons in wilden halen. Als ik nu de foto’s terug zie, vraag ik me af, of het geen wandelpad was, waar we op reden?

Helemaal naar het zuidwesten vinden we op de grens met departement 34 het petite village Navacelles, dat eveneens te bereiken is via steile en smalle weggetjes in de door de rivier de Vis uitgesleten Cirque de Navacelles. De rivier heeft hier een méander doorgestoken, waardoor een groene heuvel resteert in het steile keteldal. Ook de waterval mag gezien worden.

Veel verder in het zuiden vinden we een klein stukje van het geheel vlakke moerasgebied annex breed strand in een deeltje van de Camargue en aan de Mediterrannée. Je kan wel zeggen dat de Gard vrij grillig van vorm is. Het departement is hier heel smal. Kennelijk afgesnoept door buurdepartementen 13 en 34. Aigues-Mortes (interessante en zwaar ommuurde vestingstad)  en Le Grau du Roi als leuke havenstad spelen hier in dit moerasgebied zo’n beetje de enige hoofdrol. Uiteraard gelardeerd met de beroemde stieren, paarden en roze flamingo’s, waar de Camargue zo bekend om is geworden.

Hoofdstad Nîmes is ook zeer bezienswaardig, ik was hier al als 3-jarige, maar daar weet ik niks meer van. Romeins keizer Augustus heeft hier wat footprints achter gelaten. Onder andere het antieke theater dat nog steeds in gebruik is en te bezoeken. In 1987 stond ik nog helemaal bovenop dit theater te genieten van het uitzicht. Het Maison Carré is het tweelingzusje van La Madeleine in Parijs. Port d’ Auguste is ook de moeite waard en er is nog veel meer fraais in deze prachtige stad.

Ten oosten van Nîmes ligt Beaucaire dat met zijn kasteel de spierballen laat zien aan het kasteel van Tarascon aan de overkant van de Rhône in departement 13.