11 - Aude (Regio: Occitanië)

 

Eind augustus, begin september 2002: het was grijs en nat in heel Europa. Onze kampeervakantie was ‘gepland’ in de Dordogne, maar na 2 dagen rijden in onophoudelijk gespetter, arriveerden mijn kersverse tweede echtgenoot EW et moi in departement Aude. Binnengereden in het noordwesten en via Castelnaudery (met een kek molentje), zakten we verder af naar het zuiden. Op camping Municipal La Sapinette in Quillan werd de tent opgezet. Het was nog steeds grijs, maar droog en niet koud en samen met deze camping was dat een verademing. Ik had het gevoel midden in de natuur te zijn, door de bos- en bergachtige omgeving. Maar we zaten gewoon boven de stad. Deze camping bestaat nog steeds by the way.

Behalve de aardige stadjes Quillan en Axat, die langs de rivier de Aude liggen, hebben we het kasteel van Puivert en uiteraard Carcassonne bezocht. Verder zijn we dat jaar helaas niet gekomen in nummer 11, want door onze zoektocht naar de zon, die we verderop in de Pyreneeën èn in Andorra èn in Spanje (tot bijna in Barcelona) ook niet konden vinden, zijn we maar 2 nachten in Quillan gebleven.

Aude is vernoemd naar de rivier die hier haaks doorheen stroomt. De prefectuur heet Carcassonne (op ruim 1200 km vanaf huis) en heeft onder andere een dubbel ommuurde oude binnenstad (la Cité) en gezellige oude straatjes. Het is de grootst bewaard gebleven middeleeuwse stad van Europa. Oorspronkelijk heette het Carcas, al ontstaan in de 8e-eeuw v.C. En ik heb horen fluisteren, dat als koningin Carcasse kwam dan werd er gebeld: “C'est Carcasse qui Sonne”, vandaar de naam…. Uiteraard is het Unesco Werelderfgoed en de op twee na drukst bezochte toeristische trekpleister van Frankrijk. Van die drukte was in 2002 ook al behoorlijk sprake, maar 10 jaar eerder, toen ik Carcassonne voor de eerste keer bezocht, nog nauwelijks. In 2024 was het in ieder geval ook druk, het was september, maar het viel te doen. En het is heel begrijpelijk, want Carcassonne is echt supermooi! Je waant je in een filmdecor. Je kan er gerust een hele dag voor uittrekken om je te verwonderen. De rivier de Aude èn Canal du Midi lopen er door heen. Er is een vliegveld, mooie bruggen over de rivier (Pont Vieux en Pont Marengo), een basiliek (St. Nazaire) en, binnen de muren, het Château Comtal. De geschiedenis is lang, maar ook vooral gewelddadig, niet in de laatste plaats doordat het ook een Katharenstad was. Katharen oftewel Albigenzen hingen een iets ander geloof aan en waren daarom ketters in de ogen van de Katholieken. Over details gaan we het niet hebben, maar departement Aude is doortrokken van de Kathaarse gruwelen. Onlangs heb ik nog een boek gelezen dat zich afspeelde in deze stad en de omgeving. Geweldig! Voor de liefhebbers: Cate Mosse: ‘Citadel’.

Tussen Carcassonne en Castelnaudery ligt Bram. Bram is een village circulaire oftewel de straten draaien rondjes om het centrum. Dat komt vaker voor in de streek Languedoc. Daarbuiten ligt nog een kasteel uit de 19e-eeuw, maar dat schijnt door twee branden verlaten te zijn. Het is een nogal schimmig verhaal….

Carcassonne had vijf medestanders in de verdediging tegen de katholieke  Spanjaarden, namelijk de katharenkastelen Quéribus, Puilaurens, Termes, Peyrepertuse en Aguilar. Allemaal ten zuiden en zuidoosten van Carcassonne en helemaal in het zuiden van de Aude gelegen. In mijn herinnering liggen deze intrigerende kasteelruïnes allemaal op hoge rotsen, schijnbaar onbereikbaar.

De ongeveer 50 km lange kuststrook is hiervandaan niet ver meer. Hier bezoeken we o.a. Leucate-Plage, Gruissan (halvemaanvormig met middeleeuwse toren) en Narbonne-Plage, die in een uitgestrekt en breed Parc Naturel Régional Narbonnaise Méditerranée liggen, evenals de binnenmeren in dit gebied en Abbaye de Fontfroide (3 Michelinsterren). Mooie stranden, zowel aan de kust als aan die étangs.

In Narbonne in het noordoosten is het leuk om te flaneren over boulevard Gambetta, en langs het Canal de la Robine. Deze plaats was ooit de eerste Romeinse nederzetting op Frans grondgebied (zuid-Gallië). Zo’n 8 km noordelijk stuitten we in 2024 op abdij de Fontcalvy. Er zat een hek omheen, maar die lag gedeeltelijk omver, dus ‘open deur’ voor ons om een mooi plaatje van deze ruïne te schieten.

Een kilometer of 20 ten westen van abdij de Fontfroide ligt het middeleeuwse plaatsje Lagrasse te schitteren met een mooie brug, kunstateliers, veel historie en een nabijgelegen abdij uit de 8e-eeuw.

Weer verder naar het westen vinden we Limoux. En daar produceren ze bubbels!  Mjammie….! Blanquette de Limoux, al in 1531 ontstaan als de eerste mousserende witte wijn ter wereld. Dankzij een paar Bénedictijnse monniken uit de abdij van St. Hilaire, ten noordoosten van Limoux. De Champagne, die pas een eeuw later is ontstaan, is er jaloers op!

Onder Limoux langs de D118 ligt Alet-les-Bains. Bronnen dus in Alet en ook nog een vervallen abdij. Verderop bevinden zich levendige kleine stad Couiza met een kasteel dat nu hotel is, Espéraza met de grootste regionale zondagsmarkt en een Dinosaurusmuseum en Rennes-le-Château, dat bekend is om de legende van de Heilige Graal. Er zou een priester zijn geweest, die een plaatselijke kerk opknapte en uitbreidde, nadat hij de Graal gevonden en verzilverd zou hebben. Bovendien staat er een gave toren (Magdala) boven een steile afgrond in een tuin van een manoir.

In het noorden en noordelijk van Carcassonne vinden we nog een grot: Limousis, hier zijn sporen gevonden van de holenbeer! In de buurt bevindt zich ook Gouffre de Cabrespine, één van de grootste prehistorische grotten van de wereld met een breedte van 80 meter op sommige plekken. In hetzelfde gebied: Lastours met zijn vier kasteelruïnes op een rij! Ongelooflijk!

Als laatste gaan we naar het ontzagwekkende Gorges de Galamus, vlakbij het kasteel van Peyrepertuse in het zuiden. Dit Michelinwitte weggetje is rood dooraderd, oftewel gevaarlijk! Het onderzoeken waard dus, voor waaghalzen, zoals moi…. Het was in 1990 dat we de rivier de Agly volgden en de kloof inreden. Supersmalle weg, heel diepe en steile kloof in combinatie met een hermitage (St. Antoine de Galamus) uit de 11e-eeuw, die tot in 1950 bewoond werd door kluizenaars. Prachtig om te zien hoe die hermitage tegen de steilte aan plakt.

Kortom: het zowel vlakke, heuvelachtige als bergachtige Aude is top!