35 - Ille-et-Vilaine (regio: Bretagne)
Voor dit 35e departement moet ik minstens 35 jaar terug in mijn herinneringen. En inderdaad, ik kom terecht in de jaren 1990 en 1991, maar ook in 1972. De afstand van bijna 800 kilometer is prima te doen voor een week en dit deel van Bretagne staat dan ook al weer een poosje op de planning, maar ik wacht altijd mijn zonkansen af. En als ik dan weer ga, dan wil ik sowieso naar de Côte d’ Émeraude in het noorden. Daar waar St. Malo ligt te schitteren aan de monding van de rivier de Rance, tegenover Dinard en aan Het Kanaal (al klinkt ‘Smaragdkust’ toch poëtischer). Ik ga dan zeker weer kamperen in stadsdeel St. Servan op de municipalcamping Cité d’ Aleth. Je kan je daar in de hele omgeving prima vermaken met wandelingen, mooie uitzichten, (schier)eilandjes, forten, kerken, fraaie huizen en de smaragdkleurige zee. Saint Malo is een voormalige piratenstad en heeft een ommuurd gedeelte, daarbinnen heet het Intra-Muros. De plaatselijke zeerovers overvielen ooit vijandige schepen uit naam van de koning. Na de verwoestingen in de 2e Wereldoorlog werd de stad bijna helemaal herbouwd in 18e-eeuwse stijl. Mooi gedaan! Wijk Saint Servan is op het vroegere Cité d’ Aleth gebouwd. Aleth was in de 1e-eeuw voor C. al bewoond (Gallisch-Romeins) en is nu een buitenwijk van St. Malo. Tussen die twee schiereilanden liggen havens. Prachtig om te zien. Vergeet niet Tour Solidor en het Grand Aquarium op St. Servan te bezoeken. Bij dat laatste kan je bijvoorbeeld duiken met de Nautibus en er is een 120 m2 groot bassin met nog meer onderwaterverrassingen. Paramé is de naam van de strandbuitenwijk van St. Malo.
Na de mooie stranden van Paramé is het in Rothéneuf heel bijzonder om de Rochers Sculptés te zien. Deze zijn gedurende 15 jaar door een kluizenaar/priester eind 1800-begin 1900 gemaakt. Ongeveer 300 beeldenfiguren heeft hij uit de rotsen gehakt. Geïnspireerd door religieuze, heidense, plaatselijke verhalen en legendes. Als 11-jarig meisje vond ik dit al indrukwekkend! Het is ook heel bijzonder om over één van de grootste waterkracht(getijden)centrales in de rivier de Rance te lopen van St. Malo naar de overkant richting Dinard. Deze laatste stad wordt ook wel het Cannes van het noorden genoemd, gezien het klassieke van deze badplaats. Heel sfeervol en nostalgisch. Nog iets verder naar het oosten, genieten we op Pointe du Grouin van een weids en spectaculair uitzicht over de baai van Mont-Saint-Michel en wat eilandjes. Je kan hier erg leuk wandelen. Cancale, even verderop, is een mossel- en oesterkweekplaats en heeft een belangrijke jachthaven.
Ten westen van Dinard ligt St. Lunaire met mooie zandstranden, restanten van hunebedden, Duitse bunkers en Pointe du Décollé. Hier eten we even een crêpe in het restaurant waar we bij parkeren, voordat we gaan genieten van de brede uitzichten vanaf dit punt en van het Pointe zelf. Indrukwekkend, ook vooral als het flink waait, waardoor de golven op de rotsen kapot slaan.
Helaas is de kust van dit departement niet zo heel erg groot, dus pakken we de tent in en trekken het binnenland in. Eerst in de richting van Dol-de-Bretagne, dat 7 kilometer van de baai van Mont-St.-Michel ligt en daar nemen we de D155 naar Antrain en Fougères in het noordoosten van Ille-et-Vilaine. Fougères heeft een opvallend groot en mooi kasteel dat in de vallei van de rivier Nançon is gebouwd in de 12e-eeuw en het heeft 13 torens. Er is een benedenstad en een bovenstad, beiden zijn interessant om te bezoeken. 10 kilometer boven Fougères bezoeken we Parc Floral de Haute-Bretagne. Dit blijken zeer bijzondere en verzorgde tuinen!
We zakken af naar het zuiden en komen in Vitré terecht. Hier domineert een kasteel dat bovenop een uitstekende punt van een berg is gebouwd, boven de rivier Vilaine. Het stadje bestaat uit voornamelijk middeleeuwse huizen. Buiten het centrum staat nog een schitterende versterkte hoeve, Château des Rochers. Enchanté!
We zijn zo enthousiast over Vitré, dat we er twee nachtjes op de camping Municipal doen. Van daaruit bezoeken we La Roche aux Fées. Te bereiken via de D777 naar Janzé en dan de D48 Essé, borden wijzen verder de weg. Hier ligt een prachtig hunebed van zo’n 20 meter, die kan wedijveren met die, uit ons Drenthe… tenminste in mijn ogen. Ik heb in Frankrijk, nog niet zo heel veel grote hunebedden gezien. Aux fées betekent dat de feeën de stenen hebben gelegd. Conform de legende dus.
We reizen verder naar Redon, helemaal verstopt onderin de zuidwesthoek van dit departement. Is het de moeite waard? Ik zie geen ster in de Michelingids, maar dat zegt niet altijd wat. We bekijken de stad en komen tot de conclusie dat het best aardig is hier. Gebouwd rondom een klooster (Saint Sauveur) en de rivier Vilaine. Het Manoir de l’ Automobile ligt ten noorden van Redon op zo’n 25 kilometer langs de D177 bij Lohéac. Dit is een oud landhuis, dat is omgetoverd tot automuseum en oude ambachten uit de streek zijn er ook te zien.
Daarna is Rennes (Condate in ’t Keltisch) als préfecture van 35 aan de beurt. Ondanks een flinke brand in de 18e-eeuw, dat een deel van de stad in de as legde is er nog genoeg te zien en te genieten, zoals van het 17e-eeuwse parlementsgebouw, diverse kerken, kathédralen en een basiliek, het kanaal d’ Ille et Rance, een stadhuis in Louis Quinze stijl, een voormalige abdij, een mooi Italiaans operagebouw uit 1836 en nog veel meer. Plus de gezelligheid op de terrassen van deze studentenstad. “Tchin tchin”!
Als ik weer enigszins ontnuchterd ben rijden we weer verder via de D137 naar het noorden en na plusminus 17 kilometer komen we aan in Montmuran/les Iffs en bezoeken het prachtige château uit de 12e/17e-eeuw.
En dan? Welja, we doen nog een kasteel. Die van La Bourbansais (16e-eeuw) compleet met dierentuin. Erg interessant en ontspannend en deze ligt een stukje verder langs de D137. Nog iets verder slaan we de D794 in naar het oosten en krijgen nog een kasteel in het vizier. Nog één keer dan, want dan hebben we wel genoeg châteaux voor de kiezen gehad vandaag. Het kasteel van Combourg was ooit de verblijfplaats van de schrijver Chateaubriand. Oh echt, schrijver? Ik ken die naam eigenlijk alleen van een enorm stuk vlees….
In 2021 verbleven Rob en ik een nachtje in een aardig hotel in La Gouèsnière (onder Cancale), met als doel om de volgende dag vroeg naar Mont St.Michel te gaan in departement 50. Dat deden we dan ook, maar wel in dichte mist. We reden langs de kustweg vanaf St. Benoît-des-Ondes, we deden daar nog een poging op het strand om de zee te vinden, maar het was eb en dus echt heel erg mistig. Het zag er wel mysterieus uit. Hoe dat verhaal afloopt, lees je in aflevering 50.
Dol-de-Bretagne ligt zuidelijk van deze kustweg en is een karakteristiek middeleeuwse stadje met daar vlakbij Mont-Dol (van wel 65 meter hoog haha). Legende van Mont-Dol: de duivel vocht hier met Saint Michel, jeweetwel, die van die andere rots in Normandië waar we het net over hadden.
Ille-et-Vilaine, de oplettende lezer heeft natuurlijk al gezien, dat dit fijne departement zijn naam dankt aan twee rivieren. Ille is eigenlijk een zijrivier van Vilaine, maar bijna geheel gekanaliseerd.