80 - Somme (Hauts-de-France)
Zeg je Somme, dan denk ik aan een rivier, een departement en aan WO I en II. De rivier is hier wel gekanaliseerd en mondt uit in het Kanaal, al heet de kust hier Côte Picarde. De baai van de Somme is prachtig, gezien vanuit Saint Valery-sur-Somme en Le Crotoy aan de overkant. Dat het hier ook vreselijk kan onweren, ondervonden we in 2021. We wilden net gaan zitten op een druk terras voor een lunch, toen de bijna inktzwarte lucht openbarstte. “Dat zie je toch aankomen”, zeg je dan. “Ja klopt, maar dat donkere was ons veel sneller achtervolgd, dan ingecalculeerd”. We schuilden onder één van de vele parasols, die we wel heel goed moesten vasthouden, tot wij en nog veel meer andere gasten naar binnen konden met z’n allen. De, toen nog verplichte, anderhalve meter afstand werd hier gelukkig met voeten getreden, anders hadden we zonder jas in de koude plensregen gestaan en daar word je zeker niet gezonder van!
Zowel Le Crotoy als St. Valery-sur-Somme zijn gezellige plaatsjes om in rond te slenteren, vooral in de buurt van de haven. Boven Le Crotoy ligt het Parc Ornithologique du Marquenterre voor als je van vogels uit heel Europa en Afrika houdt. Hoge duinen en leuke strandjes vind je bij Quend-Plage en Fort-Mahon-Plage. Eveneens boven Le Crotoy ligt het aardige plaatsje Rue, bekend door een bijzondere belfort met museum gewijd aan Picardische pioniers van de luchtvaart en een heel bijzondere gotische kapel, St. Esprit.
Dan zitten we opeens al weer op de noordgrens van Somme, die door rivier en Baie d’ Authie wordt geflankeerd. Langs die rivier ligt een beauté van een abdij: de Valloires in Argoules met een 9 hectare grote en zeer gevarieerde tuin.
Het 80e departement wordt sowieso bijna geheel afgebakend door twee rivieren, de al genoemde Authie in het noorden en de Bresle in het zuiden. Kanaal de Somme loopt bijna evenwijdig in het midden van dit departement, waar ik al zeker 8x ben geweest.
Nog even terug naar de kust. In het zuiden ligt Ault en wat mij betreft beginnen hier de mooie krijtrotsen van Normandië, ondanks dat het dat op 5 km na nog net niet is. Top om te zien, by the way! Pas voorbij Mers-les-Bains (mooie woninggevels) begint een ander departement en dat ligt dus in regio Normandië.
Langs de Somme pakten we de fiets, want het was mooi weer. Er is hier zo’n groen fiets/wandelpad aangelegd, die je steeds vaker ziet in dit Franse land. We fietsten het Véloroute Vallée de Somme vanaf de kust richting het binnenland. In Abbeville genoten we van een bakkie op een terrasje, de gotische kerk Collégiale St. Vulfran en een landgoed met daarop kasteel Bagatelle. Noordoostelijk ligt St. Riquier met ook zo’n schitterende gebeeldhouwde kerk. Op mijn Michelinkaart zie ik 10 km boven Abbeville het plaatsje Nouvion liggen en vraag me af of dat hetzelfde dorpje is uit de komische oude Britse tv-serie ‘Allo, allo’, dat zich afspeelde in WO II? Er verschijnt een souris op mijn gezicht, als ik eraan denk!
We trapten weer verder richting Amiens, afstappend bij het aanzicht van Picquigny en zijn kasteelruïne voor een foto. Het prehistorische themapark Samara lieten we links liggen, al was het wel aanlokkelijk.
In hoofdstad Amiens (op 360 km vanaf Gouda) lieten we ons verleiden tot een overdadige lunch en genoten hier verder van de grootste Franse gotische kathedraal en dwaalden in de leuke straatjes van de St. Leu-wijk, die dooraderd is met diverse kanaaltjes en bruggetjes. Heel origineel, heet dit ook wel het Venetië van Amiens. We besloten hier de nacht ook maar door te brengen, want de volgende fietsetappe zou heftig worden op twee manieren. En dat betekende in dit geval, veel geslinger langs de meanderende Somme en emotioneel geladen door de 1e Wereldoorlog.
De volgende morgen, het zonnetje scheen alweer, zagen we langs de Somme uiteenlopende panorama’s op het overigens vlakke parcours. Het ene moment fabrieken, dan weer dorpjes, bruggen en soms mooie uitzichten. We picknickten in de buurt van Péronne in het oosten van 80. We moesten wat in onze maag hebben, want hier vlakbij hebben de verschrikkingen van WO I plaatsgevonden in de Slag aan de Somme. Hier in de driehoek Péronne, en naar ’t noorden (in departement 62) Bapaume en Albert (naar ’t westen) bevinden zich heel veel voormalige slagvelden, loopgraven, kerkhoven, mémorials en mijnkraters. Er zijn hier in 1916 ruim een miljoen mensen omgekomen, waarvan 30.000 soldaten in het eerste uur van de aanval. Hitler heeft hier ook meegevochten en als ik iemand het leven niet had gegund…... Nou was het al ruim 100 jaar geleden, maar nog steeds brrrr. Er zijn clubjes mensen, zoals mijn door de 1e Wereldoorlog geobsedeerde oude vader daar ook lid van is, die hier (en ook op andere slagvelden in Europa) nog steeds projectielen, scherven en andere oorlogsgetuigenissen vinden. Ook nog steeds niet geheel zonder ontploffingsgevaar. Het is bijna niet te bevatten.
Over naar gezelliger dingen! In Péronne staat een 13e-eeuws kasteel in een parkachtige omgeving, dat nu een museum herbergt over La Grande Guerre. Ik begrijp nu wel beter waarom ze dit in France nog steeds de Grote Oorlog noemen.
In het uiterste zuidoosten ligt Ham dat in 1917 verwoest werd, maar er staat nog een restant van een kasteel uit de 11e-eeuw, waar in september middeleeuwse feesten worden gehouden. Het stadhuis heeft nog wel de originele gevel uit 1879, de rest is herbouwd in 1920.
In het mid-noorden van 80 waren Rob en ik op zoek naar een terrasje om op een gepaste manier afscheid te nemen van onze Franse reis in 2021. Geen terras te vinden in heel de omgeving niet (ok, we hebben niet alle straten gehad natuurlijk), maar we kwamen wel een in 1585 afgefikte kerk tegen in Doullens. Deze Église St. Pierre is daarna diverse malen gerestaureerd, maar het mocht niet meer baten. Het is nu een beschermd historisch monument en bouwval, maar het heeft wel wat.
Als afsluiter van dit departement kan je nog een blik werpen in het Cité Souterraine de Naours, dat ca. 16 km zuidelijker van Doullens ligt. Dit ondergrondse stelsel is in de middeleeuwen tot 33 m. diep uitgehouwen in het kalksteen en heeft sindsdien meerdere groepen mensen een toevluchtsoord geboden, vooral in tijden van oorlog. Er zijn zo’n 28 galerijen en 130 ruimtes, die eind 19e-eeuw werden herontdekt. Ongelooflijk bijzonder!