29 - Finistère (regio: Bretagne)

 

Ik schuifel voorzichtig over de scherpe rotsen. Tientallen meters onder mij brult en bonkt de zee tegen de kliffen. Voor mij, zie ik een stuk zee en een vuurtoren. Daarachter niets dan zee en horizon, verlicht door een volle maan….. het einde van de wereld! “Neehhhh, niet het einde!” schreeuw ik. Iets sneller zet ik de ene voet voor de andere. Maar dan glijdt mijn linkervoet weg en ik verlies mijn evenwicht…..”Au secours”! Ik val, en val, en tuimel in de brullende witte schuimkoppen….. Badend in nattigheid schiet ik omhoog. Langzaam besef ik dat ik in mijn bed zit en een nachtmerrie had. Maar wel één met als decor Pointe du Raz in Finistère. Oftewel Penn-ar-Bed op z’n Bretons.

Met mijn eerste echtgenoot WJ en ons Mechels Herdertje van 5 maanden oud (Djarba) arriveerde ik in juni 1990 op een camping in Concarneau in het zuiden van Finistère. Fin des Terres betekent einde van het land. En dat kan je je heel goed voorstellen op het ruige Pointe du Raz, dat het meest westelijke puntje van Frankrijk is. In Concarneau genoot ik van het nog bijzondere zomeravondlicht zo rond 22 uur. Deze stad is van het type mooie vestingstad met een haven, een Ville Close (stad binnen de vestingmuren), een kasteeltje (van een Russische prinses) en het ligt ook nog eens in één van de mooiste baaien van Bretagne midden in de zuidkust van Finistère. We ‘genoten’ hier van een concert met doedelzakken, waarmee de Keltische afkomst van deze streek dik wordt onderstreept. Verder zie je dat natuurlijk ook aan de Keltische (Bretonse) taal en plaatsnamen.

We konden hier goed oefenen met het socializen van Djarba, die overal mee naar toe ging en dus ook als wij gingen dineren in een restaurant. Al keken de mensen soms raar op, omdat we een jonge waakhond van het merk Berger Belgique onder tafel hadden liggen, maar meestal gedroeg hij zich best goed. Djarba was gek op de zee. Maar storm op zee met dikke schuimende golven, was weer even andere koek, merkten we, toen we op het strand bij Beg Meil aan de andere kant van de baai waren. Maar alles wende uiteindelijk voor onze hond.

Verder naar het oosten ligt Pont-l’ Abbé, bekend van prachtig kantwerk (langwerpige mutsen o.a.) en het was een belangrijke handelsplaats. Het heeft een mooie gotische kerk met in het rozenvenster eveneens kantwerk, maar dan van graniet. Er is ook een 14e-eeuws kasteel, waarvan de donjon en de kelders nog intact zijn. Via Penmarch (oude kerk), reden we naar Pointe de la Torche, een prachtige rotspunt met bovenop een ruim 6000 jaar oud hunebed. Daar zouden we er nog vele van zien in Bretagne. De zee is hier vanwege de golven geliefd bij surfers. Twee kilometer naar het noorden vonden we Notre Dame de Tronoën. Een aardig kerkje met een indrukwekkende calvaire. Calvaire betekent letterlijk de heuvel waarop Christus is gekruisigd en dit wordt dan uitgebeeld in steen. Soms eenvoudig, maar meestal uitbundig. Ook hiervan zal je nog veel bijzondere exemplaren tegen komen in Finistère.

Op weg naar Pointe du Raz in het zuidwesten van dit departement kom je de plaats Audierne tegen. Een charmante plaats met mooie zandstranden. Je kan hier varen naar het prachtige eiland Sein en vuurtoren Ar-Men, dat nog verder westelijk in zee ligt, gebouwd op een rif dat alleen te zien is met extreem laagtij. De zee is hier gevaarlijk, er zijn nogal wat schepen vergaan in de stormen en op de riffen.

Richting oosten ligt vissersstad Douarnenez in de gelijknamige baai en het heeft vier havens, waarvan ‘Port Nouveau’ het meest bezienswaardig is. Tien kilometer naar het oosten kwamen we in Locronan aan. Wat mij betreft één van de mooiste en karakteristieke plaatsjes van Frankrijk. Als je er loopt over het plein dan snap je wel pourquoi. Doen dus! Er is ook nog een montagne Locronan en daar heb je uiteraard een prachtig uitzicht over de kust. Vanuit die plaats reden we verder via Châteaulin naar Pleyben over de D107 en D887. Ik herinner me een mooie kerk (St. Germain) en de allermooiste calvaire, die ik ooit gezien heb. Wat een monnikenwerk hebben die mensen daar ooit aan gehad. Schitterend! Via (cultuur)hoofdstad Quimper met historisch centrum, twee rivieren (Odet en Steïr) en daardoor veel bruggen, reden we weer terug naar Concarneau.

Als ik nog eens naar Finistère zou gaan (en dat staat heel hoog op mijn lijst) dan zou ik als eerste op een camping in Crozon gaan kamperen. Gelegen in het westen onder Brest op het middelste schiereiland, dat op een groot kruis lijkt. Crozon ligt in een gedeelte van het beschermde natuurgebied Parc Naturel Régional d’ Armorique en is middelpunt van een soort klein Bretagne, wat eigenlijk alles biedt van het grote Bretagne, zoals heidevelden met op de achtergrond de blauwgroene zee die hier Mer d’ Iroise heet, spectaculaire kliffen en fijne stranden. Natuurlijk bezoeken we havenplaatsen Morgat en Camaret-sur-Mer. Via de D791 rijd je naar het oosten om met de D60 in Landevénnec terecht te komen. Hier is een bezienswaardige ruïne en een laat-middeleeuwse tuin met geneeskrachtige planten, als ook een museum te bezichtigen. Verderop slaan we af naar het noordwesten en brengen in Brest een dagje door. Het Océanopolis is eigenlijk ’n supergroot aquarium en zeker de moeite waard. Brest (en dan vooral de haven) heeft een pijnlijke hoofdrol gespeeld in de 2e Wereldoorlog en heeft daardoor een vrij modern uiterlijk.

De dag er na doen we nog een rondje om Crozon en bezoeken we onder andere Cap de la Chèvre. Je kan hier ruim 13 km natuur- en cultuur snuiven, te voet, te paard of op een mountainbike. Aanrader! Pointe de Dinan en Pointe de Penhir in het westen van dit kruisvormige schiereiland zijn ook ‘to do-list’ dingetjes, vooral als je van ruige natuur en prachtige vergezichten houdt. Ménez-Hom, bereikbaar vanuit Crozon met de D887 en de D83 is een bergje van ruim 300 meter. Leuk om te beklimmen, maar kan ook bereikt worden per auto. Je hebt een spectaculair uitzicht over diverse baaien en landschappen van Finistère.

De volgende dag breken we op en nemen de tent mee richting Morlaix in het noorden. We treffen een fijne camping in St. Pol-de-Léon. Van hieruit kunnen we de bezienswaardigheden van de noordkust en het binnenland bestrijken. St. Pol-de-Léon ligt aan het Kanaal. Dus hier geen Atlantische oceaan bij dit charmante havenstadje, dat ooit de bisschoppelijke zetel had van Léon. Tegenwoordig moeten ze het meer hebben van tuinbouw en bloementeelt. Bovendien is er een beschermd natuurgebied voor zeevogels. We bezoeken noordelijk van St. Pol, Roscoff en île-de Batz per boot om daar te wandelen tussen de ruige rotsen. Daarna Morlaix, dat wel heel diep verscholen ligt in de baai van Morlaix (ca. 12 km landinwaarts). Hier is een prachtig spoorwegviaduct in combinatie met de oude grote haven te bewonderen. Je kunt hier een boot pakken en naar het eiland van het kasteel van Le Taureau varen en nog meer andere eilandjes bezoeken.

We laten de kust voor wat het is en zakken het binnenland in via de D69 en de plaats Landivisiau om dan via een heel klein stukje D30, de D11 te grijpen. We bezoeken achtereenvolgens Lampaul-Guimiliau, Guimiliau en St.-Thégonnec-Loc-Éguiner. Deze drie dorpen hebben een wedstrijd gehouden in ‘wie heeft de mooiste enclos paroissial?’ Zo’n enclos betekent omheining met daarbinnen een kerk, een calvaire en een knekelhuis. Drie maal “Wauw! wat geweldig!” Zuidelijker van deze drie rijden we via Commana naar Roc Trévezel, één van de weinige bergpiekjes (384 meter hoog) van Finistère.

Bij Huelgoat (Hoogwoud) is een bos en enorme zwerfkeien sieren hier je wandelpad. Dit noemen ze uiteraard een chaos en die is er ook nog met rotsen. Mooi hoor!

Château de Trevarez ligt hier ca. 20 km ten zuiden van en stamt uit 1893. Bekend als het roze kasteel, omdat het gebouwd is van rode baksteen. Er is ook een enorme kasteeltuin bij. Prachtig! We eindigen onze trip in 29 bij de Montagne Noires, in de buurt van Roc de Toullaëron. We genieten nog van een paar hunebedden en het uitzicht over dit prachtige departement.

Ik kom er nu achter dat zelfs drie weken Finistère niet genoeg is….. Laat staan die paar dagen in 1990. Wàt is hier een hoop moois te zien in dit westelijke puntje van France! Je reviendra!