37 – Indre-et-Loire (regio: Centre-Val de Loire)
In 1979 was ik 18 jaar en mocht ik eindelijk zonder mijn ouders op vakantie. En dat deed ik, met vriendin Carin en met Tineke (een vriendin van mijn ouders) en haar zoontje. Tineke en ik scheelden een halve generatie zeg maar en zij had een kleine auto. Pa en Ma blij, ik toch ook blij. En wat voor soort vakantie ga je dan doen? Ook al was ik een behoorlijk tegendraadse puber, ik deed toch dat wat ik geleerd had van mijn ouwelui, kamperen in een tentje in Frankrijk. En naar kastelen gaan kijken, die me in mijn jeugd zo hebben betoverd! Onze meegebrachte nylon tentjes werden, na ongeveer 750 kilometer, inclusief een lekke band, in Chinon neergezet.
Chinon heeft een camping langs rivier Vienne en vanuit je tent kijk je, helemaal leuk, tegen de aan de overkant gelegen stad met daarboven een prachtige middeleeuwse vesting. En er werd ook nog eens een middeleeuws feest in de stad gevierd. Het is wel duidelijk dat we ons daar wel een week goed hebben vermaakt, met feest, kasteelbezoek, nog meer kastelen in de omgeving en leuke Franse jongens op de camping. Voor dat feest moest je een kaartje kopen en dan kon je gezellig met de halve stad 4-gangen mee eten aan lange tafels. Ik heb toen als dessert voor het eerst een jong geitenkaasje geprobeerd. Aarrggghhh! Mijn smaakpapillen waren daar dus nog niet aan toe, in tegenstelling tot nu. Ik lust er wel pap van! En bij dat geitenkaasje (er zijn in de Loire zelfs vijf AOP-geitenkaasjes) past een goeie Sauvignon Blanc (eveneens uit de Loirestreek). Ik spuug ook niet in de rode Chinonwijn by the way. De plaats Chinon heb ik in 1986 nog eens dunnetjes over gedaan. En ook in 2021 lag bijna alles er nog hetzelfde bij.
Chinon ligt in het westen van Indre-et-Loire en dankt zijn naam vooral aan rivier Loire die hier de hoofdrol speelt, naast de Indre. Ook de rivieren Cher en Vienne zijn niet geheel onbelangrijk. Deze hele rivierenstreek is vergeven van de kastelen uit, vooral, de Renaissance-tijd. De tijden van de Lodewijken, Hendriken, Karels en al die andere aristocratische koppen, waarvan de laatsten zich eind 18e-eeuw moesten ‘verantwoorden’ aan het uitgebuite volk en onder de guillotine terecht kwamen.
In 1972 was ik voor het eerst in dit departement. Ik herinner me het fantastische kasteel van Chenonceau (zonder X), helemaal in het oosten van 37 in de plaats Chenonceaux (met een X). Dit château is met bogen gedrapeerd over rivier Cher. Het is bekend geworden door de vrouw en minnares van koning Hendrik II, Catherina de Médici en Diane de Poitiers. Kasteel en tuinen, alles straalt luxe uit. Wij konden toen roeiboten huren en varen over de Cher met het kasteel als decor. Ik moest als grote stoere zus peddelen voor mijn broertjes. Tours is de préfecture en ligt in het noord-midden van dit departement aan de Loire èn aan de Cher. Tours is ook van koninklijke allure, want het was in de 15/16e-eeuw de hoofdstad van het Franse Koninkrijk. De stad straalt dit ook uit als je de historische wijken, musea, gebouwen, parken en pleinen ziet.
Ten noorden van Chenonceaux ligt Amboise met zijn burcht te schitteren aan de Loire. Dit kasteel uit de 11e-eeuw is beroemd geworden door onder andere Leonardo da Vinci, die hier te gast was en hier begraven is in een kapel. Hij overleed namelijk in 1519 in het andere kasteel dat Amboise rijk is, Clos Lucé. Even buiten Amboise vind je in een park de Pagode de Chanteloup. Dit was een Aziatisch-architectonische dwaling van een hertog uit de 18e-eeuw. Leuk om te zien en te beklimmen voor de beleving van een weids panorama!
In het noordwesten vinden we behalve wat étangs (moerasachtige gebieden), een jachtkasteel in Champchevrier langs de D34. Hier jaagden Lodewijk XI en XIII graag op wild in de 16/18e-eeuw. Langeais aan de Loire heeft een kasteel uit de 10/15e-eeuw, bekend van Richard Leeuwenhart en Koning Philips II. Anna van Bretagne trouwde hier in 1491 met Koning Karel VIII.
Aan de andere kant van de Loire, nog net langs de Cher vinden we Villandry, compleet met een kasteel in Renaissance stijl. Dit is weer meer bekend geworden om de fraaie, verschillende tuinen, verdeeld over terrassen. Zes kilometer zuidelijk staat het kasteeltje van Azay-le-Rideau langs en in de Indre. In mijn herinnering is het een schattig gebouw uit de 16e-eeuw, dat gedeeltelijk in het water en half in het bos ligt. Het bezoeken waard, zowel binnen als buiten.
Tien kilometer naar het westen ligt het kasteel van Ussé. Het ziet er zeer bijzonder uit door de vele torentjes en wordt ‘le Château de la Belle au Bois Dormant’ genoemd. Zou Doornroosje hier echt door haar prins wakker gekust zijn? Ja zeker, want dit prachtige paleis heeft model gestaan en is het decor geweest voor dit bekende sprookje.
Het fort Le Rivau (zuidoost van Chinon) ligt niet aan water maar in de buurt van de D749. Het stond bekend om zijn goede paarden en Jeanne d’ Arc heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt in de 15e-eeuw. Het is flink gerenoveerd en heeft sprookjesachtige tuinen met vooral heel veel soorten rozen. Hier ten oosten van treffen we de interessante restanten aan van een priorij (St. Léonard). Het dateert uit de 12e-eeuw en staat in L’ Île Bouchard, gelegen langs de Vienne. Gelukkig, even iets anders dan een kasteel!
Inmiddels zijn we in Parc Naturel Régional Loire-Anjou-Touraine. Goed voor veel flora en fauna, wandelingen en fietstochten. Dit park moet Indre-et-Loire delen met Maine-et-Loire, maar er zijn genoeg hectares natuur, wijngaarden en andere landschappen om je goed te vermaken. Richelieu is een plaatsje dat zich hier aan de zuidwestrand heeft genesteld. Ik moet altijd denken aan één of andere kardinaal, als ik deze naam hoor. En dat klopt ook. Tevens was hij een minister van koning Louis XIII, die als inspiratie heeft gediend voor deze plaats. Prachtige stadsmuren, grachten en toegangspoorten, indrukwekkende stadspaleizen en pleinen vindt men hier. Hierna slingeren we even wat kilometers naar het oosten dwars door het natuurpark en arriveren uiteindelijk via de D31 in Loches aan de Indre. Hier heb in ik 1991 gekampeerd. Ik herinner me veel regen en grijze wolken, maar de plaats, de streek, alles is echt bijzonder genoeg voor meerdere bezoeken! Middeleeuws Loches heeft een prachtig kasteel met een donjon, die als gevangenis werd gebruikt door Lodewijk XI. Diverse versterkte stadspoorten en een Romaanse kerk, oorspronkelijk uit de 10e-eeuw completeren de plaats. We verlaten Loches via de D760, rijden naar het oosten en treffen Chartreuse du Liget, een Kartuizer klooster uit de 13e-eeuw. Erg uniek in zijn soort in Europa! Even verderop ligt aan de rivier Indrois het plaatsje Montrésor met prachtig château. Montpoupon ligt hier ten noorden van en in de richting van Chenonceaux. Dat is ook een burcht, die gewoon zomaar in een bocht van de D764 ligt. Bleek vroeger een strategisch punt te zijn. Het is in ieder geval een fraai gezicht als je daar zo komt aanrijden.
Zo, en nu kan ik even geen kasteel meer zien!