83 - Var (Provence-Alpes-Côte d’Azur)

 

Het 83e departement is het enige dat is vernoemd naar een rivier (Var) die er niet (meer) stroomt. Hoe dan? Door een grenswijziging uit 1860. Sindsdien had men de naam Var willen veranderen in iets wat wel departement gebonden is, maar zoals iedereen vast wel weet: ambtelijke molens kunnen heel traag zijn in Frankrijk. Enfin: het heet nog steeds Var. In de schaduw van de Alpen, geflankeerd door de helft van de Grand Canyon du Verdon en het Lac de Ste. Croix, het Massif de Ste. Baume en die van Maures. En dan niet te vergeten, ook grenzend aan de Middellandse Zee, is dit een zeer gevarieerd en interessant Provençaals departement, waar ik vanaf 1973 zeker 8x rondgesnuffeld heb.

In 2017 zijn we in het noorden gestrand met mijn bejaarde Fiat Cinquecento, nadat we net de indrukwekkende kloof Grand Canyon du Verdon hadden bewonderd vanaf de D71/linkeroever. Die Grand Canyon is natuurlijk een beetje grootheidswaanzin als je ’t vergelijkt met zijn grote broer in de VS, maar het is wel de grootste van Frankrijk en alsnog zeer behoorlijk en supermooi. Het was een zeer warme dag en de ventilator van de motor sloeg niet meer aan. Ik durfde niet meer verder te rijden. Voordat we weggesleept werden, hadden we vanaf de pechplek wel een geweldig uitzicht op een charmant, kleurrijk gebouw in Aiguines met het blauwe Lac de Ste. Croix als decor. Gelukkig werd onze voiture nog dezelfde dag, weliswaar op het nippertje, gerepareerd.

We kampeerden toen in Castellane (dep. 04) aan de Verdon. Een paar dagen later vertrokken we zuidwaarts naar de kust via een heel klein stukje Route Napoléon D4085 om bij de D21 af te slaan en bij de D37 weer. Deze keer voor een omweg naar het strategisch gelegen Bargème dat op een berg (1100 m) ligt aan de doodlopende, erg smalle en op het laatst steile D37. Wat een plaatje is Bargème zeg! Veel verlaten en/of ruïnes van gebouwen, maar ook nog wel bewoonde, plus een 13e-eeuws restant van een kasteel. Het zag er wel allemaal verzorgd uit. We hebben daar wat gedronken op een rustig terrasje met mooi uitzicht op de omgeving.

De volgende stop was Bargemon langs de D25. Ook een aardige plaats en de genoten lunch was hier top, maar niets kon vandaag beter dan Bargème. Of toch wel? Een stukje verderop, ongeveer ter hoogte van Draguignan maken ze rosé van het huis Château d’ Esclans. Nou maakt men in deze streek wel vaker rosé, maar deze mag je echt geproefd hebben, want dit is echt alsof er een engeltje over je tong piest. Whispering Angel en Rock Angel worden deze (b)engeltjes genoemd. Overheerlijk, maar niet goedkoop! Wel jammer dat ze voornamelijk voor de VS produceren. Na engelenwater volgde daarna het paradijs voor kampeerders aan de kust in Les Issambres. Een betaalbare camping, bijna aan het strand! Nadeel is (of voordeel) dat je hier grotendeels afhankelijk bent van een zeer drukke kustweg, vooral de kant op van Ste. Maxime en St. Tropez. In de eerste plaats zijn we niet uitgestapt, maar St. Tropez moest ik natuurlijk laten zien aan Rob, al hebben we de beroemde, veel verderop gelegen, stranden overgeslagen. In deze mondaine stad, die ik behoorlijk overgewaardeerd vind en waar alles vreselijk duur is, is het natuurlijk wel even leuk om te flaneren over de boulevard, waar alle fancy jachten liggen. Ook is het aardig om te slenteren in het stadje zelf en om de winkeltjes te bekijken. Sla ook de stadsmuren, bijna liggend in de zee, niet over. Brigitte Bardot woont er en de gendarmefilms van grappenmaker Louis de Funès hebben deze stad ook veel bekendheid gegeven.

In het er boven gelegen Grimaud was het een stuk rustiger, ook in de kasteelruïne. Dat zal ook aan de warmte hebben gelegen, maar het uitzicht was hier formidabel.

Ten noorden van Les Issambres hebben we Fréjus nog even een bezoekje gebracht. Roquebrune-sur-Argens is ook wel aardig, maar niet bijzonder. Wel bijzonder is het Massif de l’ Esterel, een groene oase (voornamelijk voor wandelaars) tussen Cannes (dep. 06) en St. Raphaël met een rode rotsige kust, met als hoogtepunten Pic du Cap Roux en Cap du Dramont met Sémaphore (seinpaal en wachttoren).

In 1987 ging ik voor de gezelligheid met mijn ouders mee kamperen in Les Lecques in het uiterste zuidwesten van 83. Je hebt hier aardige mediterrane havenplaatsjes zoals Les Lecques zelf, Bandol, en Sanary-sur-Mer. In het binnenland ligt het gezellige Le Castellet (één van de Les Plus Beau Villages) op een rotspunt te schitteren compleet met 15e-eeuws kasteel en -muren. De plaats is omringd door de wijngaarden van de bekende Bandolwijnen.

Dat jaar bezochten we ook het middeleeuwse bloemendorp Bormes-les-Mimosas met een fraai uitzicht over zee en het authentieke vissersdorpje Le Lavandou langs de kust, allemaal fijne plekken in het mid-zuiden, waar ik in 2024 weer eens langs ben gegaan. Le Lavandou is wat mondainer geworden, met een volwassen haven en Bormes-les-Mimosas ligt nog steeds fantastisch mooi gedrapeerd over een berg, richting zee. En ook nog steeds heel fleurig en met een prachtig uitzicht over de kust. Voor nog een mooi panorama over de kust en Le Lavandou, neem je de Col du Canadel, maar ook de kustweg zelf geeft geweldige uitzichten.

De herinneringen aan Hyères, Presqu’ Île de Giens (voormalig eiland, dat als een kinderhamertje uitsteekt in La Mediterrannée) en Toulon waren van nog langer geleden, 1973! Er waren nog weinig foto’s van, slechts wat oude dia’s, dus hebben Rob en ik in 2024 dit maar eens goed ingeprent. We kampeerden op de gelijknamige, redelijk rustige camping (eind mei) op Presqu’ île de Giens. Het schiereiland was heel relaxt met zijn kleine, fijne dorpjes, zoals Giens en La Capte. Het kustpad Sentier Litoral is een prachtige uitdaging om te bewandelen, het Étang des Pesquiers zit vol met flamingo’s. Er zijn vele stranden en vanaf La Tour-Fondue kan je de boot nemen naar Île de Porquerolles om daar te gaan wandelen of fietsen, zoals wij deden met gehuurde elektrische mountainbikes. Dat was nog knap afzien op het met gravel en flinke heuvels bezaaide eiland, maar wel top! Als je dan weer in de buurt van Hyères komt dan is het wel over met de rust door de doorgaande kustweg. Maar het oude, hooggelegen centrum van dit stadje is ook zeker ’n must. Leuk ook om naar het kasteel en een oude villa te wandelen.

Toulon is de prefectuur en ligt op 1250 km afstand van mijn woonplaats. Ik herinner me opeens toch iets, het wemelt daar van de oude forten. Die zullen er staan vanuit een belangrijk militair oogpunt. Vanuit Toulon kan je met een kabelbaan naar Mont Faron, waar je de dierentuin kan bezoeken. Dat is wel weer ’s wat anders! Verder is het rondom Toulon behoorlijk druk, dus dat hebben we verder overgeslagen.

Het groene Massif des Maures in het achterland van Hyères en St. Tropez herbergt o.a. Monastère de la Verne. Het klooster is gerenoveerd na vele branden en andere ellende en de moeite van een bezoek waard. Vanuit Bormes-les-Mimosas reden we via de Col de Babaou over de smalle en bochtige D41 naar het authentieke bergdorp Collobrières voor een lunch op een schaduwrijk terras boven een rivier en daarna door naar dat klooster. Ongeveer in het midden van dit departement bevindt zich nog zoiets, Abbaye de Thoronet uit de 12e-eeuw. Deze is vanaf 1841 gerestaureerd en ziet er vandaag de dag weer prachtig uit. De abdij is inderdaad schitterend. Het is een Cisterciënzer drie-eenheid met de abdijen van Silvacane en die van Senanque, elders in de Provence.

Ik ga afsluiten met St.-Maximin-la-Ste.-Baume, een stadje in het westen van 83. Voor de liefhebbers: deze staat bekend om zijn enorme basiliek en middeleeuwse Joodse wijk met zijn arcades.

Au revoir Var!