39 - Jura (regio: Bourgogne-Franche-Comté)

 

De Jura is één van de departementen die niet naar een rivier is vernoemd, maar naar de bergketen waar dit departement zich in nestelt. Die keten loopt ook nog door in Zwitserland. Er zijn overigens genoeg rivieren te vinden hier en vooral ook mooie watervallen, kloven, meren, bossen en leuke plaatsen. Er is hier echt zóveel om van te smullen. On y va!

In 2010 was ik met vriend Sander en tent te vinden op camping Le Martinet in Villard-Saint-Sauveur nabij St. Claude in het zuidoosten van de Jura. Goed te rijden in één dag, want Gouda ligt 830 kilometer terug. En wat lag dìe kampeerstek daar schitterend in het Juragebergte. We zijn hier dan ook in het prachtige Parc Naturel Régional de Haut Jura. In St. Claude was alles te vinden op het gebied van een natje en een droogje. En gelukkig had dit stadje ook een garage, die mijn rode ramp Suzuki binnen een paar uur heeft gered van een remloos einde op de bochtige wegen van de Jura. Ik had deze keer de ANWB niet nodig, ik kon geheel zelfstandig met piepende remmen die garage vinden. Enfin, voor de rest hebben we het een paar dagen heel leuk gehad daar. Vanaf de camping kan je al wandelend een riviertje (Flumen) volgen, dat eindigt in een keteldalletje compleet met waterval. Supermooi!

Langs de D436 die hier vlakbij loopt vind je even verderop een rots Chapeau de Gendarme. Uitleg overbodig?!

We verlaten St. Claude via de smalle D304 en bekijken en passant nog een waterval Queue de Cheval en le Crêt Pourri met uitzichtpunt. Even later komen we uit op de D25 richting Les Rousses en we passeren het Forêt du Massacre, dat zijn naam dankt aan diverse veldslagen uit de 14e-eeuw. Luguber! Les Rousses staat bekend om zijn wintersportmogelijkheden en ’s zomers kan je duiken in het gelijknamige meer, fietsen en wandelen. Het ligt bijna op de grens met Zwitserland.

We trekken verder naar ’t noordwesten en op de D678 treffen we de Pic de l’ Aigle, een berg van bijna een kilometer hoog met prachtige uitzichten en wandelpaden naar diverse schitterende bergmeertjes. Dit wordt ook wel ‘klein Schotland’ genoemd. Prachtige kleuren! Even verderop vinden we nog een fijne wandeling. Deze voert naar de zeven watervallen van de Hérisson. Ook geweldig mooi!

Iets verder naar het westen ligt Clairvaux-les-Lacs. Hier kampeerde ik in september 1996. Petit village, mooie camping aan het meer en als je ‘meer’ XL wilt, rijd je een stukje naar het zuiden voor Lac des Vouglans. Een joekel van een stuwmeer. Vanuit Clairvaux kom je via de D678 en D52 in Lons-le-Saunier terecht. Dit is de préfecture van de Jura. De naam is wellicht Gallisch en heeft waarschijnlijk iets te maken met zoutwinning en heilzame zoutwaterbronnen die hier te vinden zijn. Verder is er een oude Romaanse kerk (St. Désiree) met een interessante crypte uit de 11e-eeuw te vinden. De bekende smeerkazen La Vache Qui Rit en de kaasjes van Président worden hier gefabriceerd. Liefhebbers van musea kunnen hier ook hun hart ophalen. Er is er één voor schone kunsten, een apothekersmuseum en het museum van de lachende koe kun je hier ook met een bezoekje vereren.

Na de stad wordt het weer tijd voor natuur en kleinschaligheid en dat vinden we even verderop in Baume-les-Messieurs, dat we al wandelend bezoeken. Het is eigenlijk een keteldal uit de ijstijd met rivier (en bron van) de Seille, waarbij een abdij is gebouwd in de 6e-eeuw. Een lieflijk dorpje en een prachtig uitwaaierende waterval completeren de schoonheid.

Iets verder naar het oosten ligt Lac de Chalain te wachten tot we in het aantrekkelijke blauwe water plonzen. En dat doen we dan ook, we zijn er toch! Ten noorden van Lons-le-Saunier vinden we in Le Pin en Arlay kastelen en die zijn vrij zeldzaam in de Jura. Één van de kastelen in Arlay is verbonden met het huis van Oranje-Nassau. Iets met adellijke titels ofzo. Iets naar het oosten ligt Château-Chalon koninklijk te schitteren boven op een rots met beneden zich de onderdanen, oftewel heel veel wijngaarden. Je zou denken dat hier juist een kasteel zou zijn en dat was er ook, maar helaas is dat verwoest in de 16e-eeuw. Maar het dorpje is zeker een uitgebreid bezoek waard en ligt in het middelpunt van de wijnbouw. In de Jura werd ooit de eerste  AOC voor wijn in Frankrijk uitgeroepen. Er is al sinds de 3e-eeuw wijnbouw, maar pas in de 13e-eeuw werd het hier echt beroemd door Vin Jaune (gele aperitiefwijn), Vin de Paille (wijn van op stro ingedroogde druiven), Vin Gris (bleke rosé) en ook rode, witte en mousserende wijnen. Ze zijn bijzonder origineel qua druivensoorten en smaak.

Nog een klein stukje verder naar het oosten bezoeken we Cirque de Ladoye. We genieten van het uitzicht hier over een vooral groen beboste steile helling van de rivier de Seille. We trekken nog verder naar het oosten en komen via Champagnole in het oostelijk gedeelte van de Jura. Je vind hier onder andere nog waterval De la Billaude en Gorges de Langouette waar we een wandeling maken en ons verbazen over de schoonheid van de smalle kloof met de stroomversnellingen en het, met donderend geraas, neerstortende water van het riviertje. Ook bevindt zich in dit gebied de bron van de 190 kilometer lange rivier de Ain. Nozeroy is de laatste plaats die we hier in het oosten bezoeken. Het heeft ‘n mooi middeleeuws karakter. Vanuit Nozeroy  gaan we terug naar Champagnole en gaan naar het plaatsje Loulle om voetstappen te bekijken van verschillende dinosauriërs, die hier ooit in een heel ver verleden hebben rondgestapt. Indrukwekkend!

We vervolgen onze route via Poligny, dat de hoofdstad van de overheerlijke Comtékaas is en rijden verder naar het noorden, het stadje Arbois in. Dit is de hoofdstad van de Jurawijn en heeft ook een heus wijn- en wijnstokmuseum. De beroemde scheikundige Louis Pasteur(isatie) woonde ook ooit in dit charmante village. We hebben hier de Jurassic wijnsoorten geproefd, waarna het nog lang heel gezellig was….

Vanaf Arbois neem je dan (wel gewenst weer nuchter) de D469 naar het zuidoosten dan kan je het prachtige Cascade des Tufs in de Reculée des Planches vinden. Dit is een uitgesleten tufsteenwaterval, die lijkt op de waterval in Baume-les-Messieurs. Ook kan je er wandelen in de Cirque de Fer à Cheval of genieten van ‘t uitzicht op de rivier de Cuissance. Uitrusten van al dit fraaie natuurschoon deed ik met mijn lief Rob in 2014 op de gezellige en ruime camping ‘Les Trois Ours’ in Montbarrey, rustig gelegen aan de noordkant van de rivier de Loue en ten zuiden van het, beetje saaie, Forêt de Chaux. Het is heerlijk pootje baden in de Loue, je kan er met stoel en al in gaan staan. Even een lui momentje in het noorden van 39.

Na die pauze roept de omgeving weer, we bezoeken Salins-les-Bains, gelegen aan de rivier de Furieuse! Uit de naam van de plaats kan je halen, dat hier zoutwinning was (eeuwenoud zout gewonnen uit een oerzee) en dat het ook nog eens heilzaam was. Het ligt in een steil dal, dat geflankeerd wordt door twee forten.

Blijft over: Dole in het westnoordwesten van de Jura. En dat is geen straf. Een oude bekende, Louis Pasteur werd hier in 1822 geboren. Ik vind dit een zalig stadje, waar je, de naam zegt het al, heerlijk kan ronddolen langs allerlei bezienswaardigheden en de rivier Doubs. Dole wordt gedomineerd door een prachtige kerk, de Collegiale de Notre Dame de Dole. Terrasjes in overvloed. Een plaats naar mijn hart! We proosten op het prachtige Jura!