08 – Ardennes (regio: Grand Est)

 

Frankrijk is er qua Ardennen wat kariger vanaf gekomen dan België en dat heeft te maken met Napoléon. Die leed namelijk een nederlaag en daarom werd het zuidwestelijk deel van de huidige Belgische Ardennen in de provincie Namen en rond Philippeville, bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden gevoegd, waardoor van de Franse Ardennen alleen nog de Pointe van Givet over is (ook wel de vinger van Givet genoemd).

We gaan bij Givet dit departement binnen, waarbij we de Maas (Meuse) volgen. Dit plaatsje wordt gedomineerd door het hooggelegen Fort de Charlemont. We krijgen meteen een prima indruk van 08. Behalve dan dat er nog weleens erg grijs is en dat komt niet alleen door de leisteenwinning aldaar, is dit departement glooiend, groen, landelijk, soms vlak en bosrijk. Ook zien we in Givet de Tour Victoire en een mooie kerk, St. Hilaire. Givet is ook bekend als start/finishplaats voor veel fietsers van de Voie Verte Trans Ardennes en hier spreekt men, als enige plaats in Frankrijk, Waals. Heel eerlijk, ik dacht altijd dat dat het zelfde was als Frans. Niet?

De Maas geeft even verderop al een voorspel op 'n kronkelige koers als we verder rijden richting Fumay over de D8051. Wij slingeren niet alles mee, want de weg is iets rechter.

Fumay heeft een prachtig uitzichtpunt op de Rocher de l' Uf en een paar interessante kapelletjes. Dit stadje is ook 'groot' geworden door de grijze leisteen.

Verder langs de D8051 (we hebben la Meuse verlaten) ligt Rocroi in een prachtige ster, oftewel een vestingwerk van de hand van bouwmeester Vauban. Je weet wel, die van Louis Quatorze. Ze hebben hier ook een eigen kaas, maar die spuugde ik ruim 30 jaar geleden heel enthousiast meteen weer uit. Hij rook en smaakte naar kattenpis! Ik heb 'm daarna nooit meer geprobeerd. Maar misschien is mijn smaak nu anders, je weet maar nooit.

We pakken de D1 naar Revin en gaan ook weer terug naar de Maas. Vanaf Revin en het uitzicht vanaf Mont Malgré-Tout over de meanderende Maas begint het landschappelijk schoon pas echt. Rechts les Dames de Meuse, een paar voluptueuze groene heuvelhellingen. Links Roches de Laifour en verderop bij Deville de Roche aux Sept Villages en Château Regnault. Ondertussen is hier rivier la Semois zich ook komen bemoeien met de Maas. Vanaf Roche, dat genoemd is naar 7 dorpjes, die zich gescheiden weten door die slingerende rivieren, heb je uiteraard weer een geweldig uitzicht over diezelfde plaatsjes.

Fotogeniek Monthermé ligt ook in zo'n prachtige meander, aan weerszijden van de Maas. Ook hier kan je leuk wandelen.

Verderop ligt Bogny-sur-Meuse en dat is bekend om les 4 Fils d' Aymon. Boven op de heuvels bevinden zich de 4 Heemskinderen vereeuwigd in het landschap (4 uitstekende rotsen op de heuvels) en in een standbeeld met hun ros Beiaard. De legende stamt uit de middeleeuwen ten tijde van Karel de Grote.......... en ze leefden niet lang en gelukkig, want ze schijnen hier dus verdronken te zijn. Ik zag onlangs foto's van dit standbeeld, dat er nu kennelijk lichter kleurt, in 1994 was het heel erg donkergrijs. Ik denk dat de zandstraler er overheen geweest is. Deze bezienswaardigheid is onderdeel van de Route des Legendes de Meuse et Semoy.

Enfin 1994.... We (1e ex WJ, een paar vrienden en ik) hadden, na bijna 2 jaar restauranteigenaar te zijn in Noord-Brabant, heel even tijd om een paar dagen vakantie te pakken in Frankrijk. Dat werd dus kamperen op een camping in Les Mazures aan het Lac de Vieille Forge, hemelsbreed zo'n 8 kilometer ten westen van Bogny-sur-Meuse. Een prachtig groot meer, met toeristische zandstrandjes maar wel groen gebleven oevers en bossen. Ik herinner me, dat we op een camper/caravanplek stonden met een hard stenen ondergrond en dat was misschien maar goed ook, want we moesten de tent opzetten in de  koude stromende regen van die september. Op modder zaten we zeker niet te wachten. We hadden hard gewerkt en vooral veel gekookt, dus we wilden elke avond uit eten. En wij wisten dat, dat toen in Frankrijk nog kon voor een appel en een ei. En we wilden niet te ver rijden, liefst lopend naar een restaurant, want we lusten ook een wijntje. Dan moest je dus 30 jaar geleden niet in Les Ardennes zijn, want in heel de nabije omtrek was er niets tot niet veel te vinden. Oké, in Rocroi was er wel wat te vinden, inclusief kaas met 'n luchtje en in Bogny bijvoorbeeld, schijnt er nu ook veel horeca te zitten. We hadden ‘Back to the Future’ moeten proberen!

Ik tel ook maar circa 27 campings in dit hele departement! Gelukkig hadden we het toch aardig naar ons zin, ondanks de regen en de tegenvallende horeca. Maar ik mag niet liegen, de laatste 2 dagen hadden we zon, waarvan de laatste dag zelfs nog zo warm werd, dat de badpakken uit het stof moesten.

We hebben nog wat meer speciale routes gedaan in de omgeving. Je kan gewoon de speciale bordjes volgen, zoals: de Route des Église Fortifiés de Thièrache en de Route des Fortifications. Die laatste voerde langs plaatsen als: Bourg Fidèle, Rocroi, Tremblois, Tournes, Montcornet, Charleville-Mézières, Sedan, Bouillon (België), Corbion, Nouzon, Revin. Charleville-Mézières is overigens de préfecture van 08 en zeker het bezoeken waard. Het ligt op ruim 300 km van Gouda. De eerste route, die van de gefortificeerde kerken in de streek Thièrache liet ons Renwez, Signy l' Abbaye, Marlemont, Liart, Abdij van Blanchefosse, Rumigny, Hanappes, Bossus en Signy-le-Petit zien. Best aardig om te doen.

Toch ben er sindsdien nooit meer geweest. Dat natte grijze en de dikke truien bleven toch een beetje negatief in mijn herinnering hangen. Tot 2018, toen zijn we er gedeeltelijk door heen gereden, via Charleville-Mézières. Dat was op de terugweg uit het zuiden. De zon scheen, maar we zijn toch niet gestopt!