26 – Drôme (Auvergne-Rhône-Alpes)
Route du Soleil, wie krijgt daar geen vakantiegevoel bij? Een flink stuk hiervan (A7) loopt langs de westgrens van departement Drôme evenals de N7 en de rivier de Rhône. Ontelbare keren ben ik hier langsgereden op weg naar het zuiden. Heerlijk, die warmte, die vergezichten, die kleuren en geuren die je tegemoet komen als je vers uit het noorden hier voorbij tuft. Uiteraard is het daar niet bij gebleven en ben ik ook in het zeer bewonderenswaardige Drôme geweest, dat doormidden wordt gesneden door de gelijknamige rivier, die hier ook nog eens zijn oorsprong heeft. In het noorden telt de rivier Isère ook behoorlijk mee.
We doen een rondje 26 en beginnen in het noorden. Op een kruising van de D51 en de D538 ligt Hauterives. Dit plaatsje is bekend geworden door een postbode, die op postronde in 1879 zijn teen stootte aan een opmerkelijke steen. Die steen was het begin van zijn eigen wonderlijke paleis, dat hij in 30 jaar bouwde. Lang verhaal kort: je kan zijn Palais Idéal tegen betaling bezoeken en je vergapen aan de heel bijzondere en eigenwijze bouwkunde van deze “gekke” en inmiddels beroemde facteur Cheval. Hij liet zich inspireren door de (buitenlandse) ansichtkaarten die hij bezorgde. Er is zelfs een film over gemaakt!
We zakken af naar het zuiden in dit smalle stuk van de Drôme en gaan via Romans-sur-Isère naar Chabeuil. Alhoewel, nog voor dit plaatsje slaan we linksaf naar de D68 en rijden de Vercors binnen. Dit is een schitterend regionaal natuurpark, dat gedeeltelijk in nr. 26 ligt. Het Massif de Vercors bestaat uit een uitgestrekt plateau met bergkammen, diepe afgronden, kloven en valleien. Het loopt helemaal tot aan de kliffen bij Grenoble (38) in het oosten en bij Die in de buurt (midden-oost) houdt het op. Voor mij is dit een juweel onder de natuurgebieden, nog net voordat de Alpen beginnen. In de oorlog fungeerde het hier als een natuurlijk fort, vanwege de steile bergwanden. Via slingerweggetjes bereiken we de Col de la Bataille. Deze is het uitstappen waard, merkte ik in 1989. We hebben ons daar vergapen aan een prachtig uitzicht en vooral Crète de Combleziene is blijven hangen op mijn netvlies. Verderop kiezen we voor de route naar Combe Laval. Wat een natuurpracht met vooral rechtnaarbeneden afgronden! Hier word ik helemaal opgewonden van! Voor het eerst liet ik me hierdoor verrassen in 1989 en daarna kwam het er een hele tijd niet van. Maar in 2017 hebben we ‘m nog eens dunnetjes overgedaan. Dik eigenlijk….Omdat het lijkt of je er zo voorbij bent, ben ik voor het complete CombeLavalgevoel 2x heen en weer gereden en zijn we ook uitgestapt om een deel te lopen en te fotograferen. Dit landschap moet je gewoon inademen. Voor hoogtevrees is hier geen plek! Diepe afgronden, natuurlijke bizar gevormde rotsen en prachtige vergezichten vechten om je aandacht. Maar ook de smalle weg vereist enige oplettendheid, gelukkig waren er in juni 2017 heel weinig tegenliggers. We rukten ons hiervan los en kwamen weer helemaal bij op onze camping in St.Jean-en-Royan, waar maar heel weinig kampeerders waren. Het lijkt wel of dit gebied nog niet helemaal ontdekt is door de toeristen. Ik zeg niks….
De volgende dag benaderden we Les Grandes Goulets vanaf de zuidkant. Ook die wilde ik graag nog eens zien. Linke, maar o zo mooie, smalle weggetjes en tunneltjes onder lage overhangende rotsen, is hier het decor. Hier wil je zeker geen tegenligger treffen. Maar, hoe dan? Er stond een hek voor!? Pourquoi? Grrrr… afgesloten wegens instortingsgevaar of iets dergelijks, stond er op een bord, ik heb ’t niet eens goed gelezen, zo teleurgesteld was ik. Gelukkig heb ik de foto’s en herinneringen nog uit 1989.
Via een lieflijk dal en La Chapelle-en-Vercors verlieten we al dit moois, maar niet voordat we Col de Rousset hebben genomen. We zoefden langs een indrukwekkend weglint van alleen maar haarspeldbochten (D518) naar beneden en reden ruim 1250 m. lager Die binnen. En Die valt dan een soort van rauw op je dak, lees: valt tegen en alles is vlak, behalve als je achterom kijkt. Misschien beter eerst Die zien en vooral Clairette de Die drinken en dan omhoog fietsen naar die Col de Rousset. Of misschien toch maar niet? Deze Clairette is een wat zachtere en vriendelijker geprijsde bubbel dan Champagne en een persoonlijk favoriet.
Voor de sportievelingen onder ons: ten oosten van Die ligt de Cirque d’ Archiane. Een indrukwekkend keteldal, waar vooral veel gewandeld wordt. Gemeente Die ligt langs rivier la Drôme en die laatste gaan we eventjes volgen naar het zuidoosten. Voorbij Luc-en-Diois aan de D93 treffen we de Saut de la Drôme bij Les Claps. Hier is heel lang geleden een flink stuk rots naar beneden gedonderd en die blokkeerde de Drôme. Bijna 400 jaar later, in 1802, hebben ze een doorgang gemaakt en kon de rivier weer vrijuit stromen. Grappig is het om het kleurverschil van het water in maart 2001 en in juni 2017 te zien. In maart was het ijzig bleekgroen, smeltwater van de bergen dus.
Vanaf Die kan je natuurlijk ook naar het midwesten van Drôme en langs de rivier gaan rijden. Ook leuk! Dat deden we dus ook in 2001. Via Pontaix, waar het water van de Drôme woest langs stroomde. En naar Crest met zijn markante hoogste toren van Frankrijk. Vanuit Crest sturen we de auto weer naar het zuidoosten (D538) en rijden via Bourdeaux (middeleeuwse kern en restanten van een groot kasteel) en Dieulefit (keramiek). Inmiddels belandden we op de D540 met het mooie middeleeuwse Le Poët Laval. Dit pittoreske plaatsje is bekend van de hospitaalridders van de Orde van Malta en ook Gerard Reve heeft hier gewoond. Ik snap hem wel! Daarna via La Bégude-de-Mazenc en de D9 bereikten we Grignan. Hier vind je het grootste renaissance kasteel van Frankrijk en het plaatsje is ook nog eens omringd door paarse lavendelvelden (in juni/juli vooral). Prachtig! Halverwege die D9 vind je de abdijruïne van Aleyrac uit de 12e-eeuw, dat goed verstopt ligt in de bossen.
In juni 2024 verbleven we een week op een heerlijke terrassencamping Les Terrasses Provençal in het gehucht Novézan, dat omringt wordt door leuke kleine dorpjes, zoals Venterol, St. Pantaléon-les-Vignes en Rousset-les-Vignes, allemaal iets ten noordwesten van Nyons. We hadden hier het we-zouden-hier-wel-willen-wonen-gevoel! Je zit hier ook nog deels in het zuidelijke Côte-du-Rhône-wijngebied, dat iets meer doorloopt in de Vaucluse (84) btw. Ook Vinsobres staat hier vaak op menig rode wijnetiket. Ik ben er groot fan van! Olijven spelen in dit gebied een hoofdrol en dan voornamelijk in Nyons, dat er opvallend bij ligt. En dat komt door een hooggelegen opengewerkte toren/kapel (Randonne uit de 13e-eeuw) met Mariabeeld, die uitsteekt boven de rest van het stadje. Er zijn ook een interessante éénbogige Pont Roman over de Eygues, olijfoliemolens, arcades rondom een vierkant plein en vele middeleeuwse gebouwen te zien. Olijfolie is hier de handel en de regionale markt op donderdag is zeker het bezoeken waard. Als je dan met de auto komt, zou je vroeg moeten komen, want later is het vechten om een parkeerplek. Nyons ligt in het natuurgebied les Baronnies-Provençales (uitgestrekte, ongerepte en unieke gebieden). Het heeft in geuren, kleuren en uitstraling zeker al iets Provençaals inderdaad.
Als je vanaf Nyons naar het noordoosten rijdt, dan kom je terecht in een rustig gebied tussen de mooie ronde heuvels en ook wat robuuster bergen met hier en daar bijzondere grijze gladde rotsen en Col de Lesclou op de D335. Via La Motte-Chalancon, Cornillon-sur-l’Oule en Remuzat reden we de D94 op naar St.May dat als een adelaarsnest op een rots ligt. We picknickten er vlakbij naast rivier de Eygues. Ten oosten van Nyons ligt Buis-les-Baronnies (charmant marktplein met gotische bogen en kleurrijke gevels) en nog verder het fraai gelegen oude kuuroord Montbrun-les-Bains. Al kan ik me de thermale baden niet herinneren toen ik daar in 1989 was. Wel het geweldige uitzicht op die enorme pukkel in het landschap: Le Mont Ventoux (84).
We kunnen nu alleen nog maar naar het westen en noorden van nummer 26 en komen liever niet terecht in de buurt van de kerncentrale van Pierrelatte langs de Rhône. Alhoewel daar ook een krokodillenfarm zit en dat kan dan weer wel spannend zijn om te bezoeken. Daartegenover is St. Paul-Trois-Châteaux ook een visite waard. Dit historische vestingstadje heeft een interessante kathedraal uit de 12-13e-eeuw een hooggelegen kapel met prima uitzicht en een Huis van de Truffel. Lekker! Suze-la-Rousse in het uiterste zuidwesten heeft een markant kasteel uit de 12e-eeuw, gebouwd door nakomelingen van de Prinsen van Oranje.
Gezellige stad Montélimar in het westen is bekend om de Nougat, slecht voor je gebit, maar goed voor je humeur. Heerlijk om hier even te winkelen en vanaf een terrasje mensen te kijken, terwijl je nipt aan een koel glas rosé. Valence is de grootste èn hoofdstad van 26 en ligt op zo’n 1000 kilometer van mijn Gouda. Het was al in de Romeinse tijd een belangrijke handelsplaats aan de Rhône. Valentia Julia heette het toen. Ook hier kan je heerlijk op een terrasje genieten van de historische gebouwen of de kathedraal St. Apollinaire bezoeken en schuifelen op de boulevards of in de parken.
Iets verder naar het noorden reden we als laatste langs de nogal steile wijnhellingen van Tain-l’ Hermitage. Hier maken ze hele beste en wat duurdere rode (Crozes) Hermitage/Rhône wijnen van meestal de Syrah-druif. En daar word ik ook erg enthousiast van. Uiteraard deden we een wijnproeverijtje en namen een doosje mee voor thuis. Er is hier ook een fameuze chocoladefabriek, waar culinaire restaurantchefs hun inkopen doen. In het Cité du Chocolat kan je chocolade beleven!