19 - Corrèze (regio: Aquitaine-Limousin-Poitou-Charentes)
Hemelsbreed ongeveer 1000 km vanaf huis ligt préfecture Tulle in la Corrèze. Het 19e departement van Frankrijk. Corrèze heeft in september 2019 definitief mijn hart gestolen en dan dat jaar vooral de zuidoosthoek. De nacht voor vertrek kon ik niet slapen en dus zijn we om 4 AM vertrokken met regen. Onderweg ging de zon schijnen, maar dat was voor mij kennelijk nog niet licht genoeg, om bij Vierzon de juiste A te pakken. In plaats van de A20 reden we de A71 op. Mwoahh....het zal een 100/130 kilometer schelen, maar ik ben toch doorgereden, want op die tolwegen zijn niet zo heel veel afritten, waardoor je sowieso veel kilometers extra vreet, mocht je terug willen gaan. Bovendien heeft de daarna nodige A89 dan weer erg mooie panorama's over de vulkanen van de Auvergne. Enfin, rond 18:30 hadden we de A89 en Tulle achter ons gelaten en zochten we op de D940 heel dringend naar een benzinepomp. Die vonden we even na het dorpje Ste. Fortunade. Wàt fortuinlijk, net op tijd! En wat een pech, dat na het tanken de auto niet wilde starten, het temperatuurlampje bleef branden. “Grrrr......wat nou weer?” In het naastgelegen café, waar ik, heel nodig, mocht plassen, keken de gasten op het terras nors weg. Nou, op die mensen hoefde ik in ieder geval niet te rekenen! Gelukkig zijn mijn beste vrienden van de ANWB wel heel behulpzaam (over de telefoon deze keer). Oververhitte motor! Ik had de laatste 200 km, mijn Fiat Cinquecento een beetje te veel op z'n staart getrapt! En dat kan natuurlijk niet met zo'n oud boefje van 21 jaar. En deze ouwe tante, moet natuurlijk ook eigenlijk niet meer zoveel rijden op één dag. Na een half uur koeling zijn we heel voorzichtig aan de laatste kilometers begonnen. Mijn Rob had van te voren een camping gezocht en gevonden in Beaulieu-sur-Dordogne. Om half 8, het ging al schemeren, kwamen we aan op die camping. “Ja, we willen een plek aan de Dordogne”. Vite, vite tent opzetten (kan dus niet met een enorme katoenen tunneltent, die we pas 1x eerder opgezet hadden) en snel maar wat noodvoorraad in de pan smijten. Morgen zien we wel waar we staan en of we dan weer willen verkassen. “Trusten!”
We bleven staan, waar we stonden, het was een prachtige plek. Schaduwrijk, mooi uitzicht over de Dordogne, geluid van vogels en een mini-waterval van 30 cm hoog, die kunstmatig was aangelegd in de rivier om elektriciteit op te wekken. Lekker rustgevend! De camping ligt op een eiland, dus via een bruggetje met fantastisch uitzicht over het stadje en de rivier, loop je zo het gezellige Beaulieu in. Deze plaats doet absoluut de naam eer aan! Mooi gelegen aan de Dordogne, maar ook ideaal gelegen in de hele omgeving, die we aardig uitgekamd hebben. We zijn er zelfs 11 nachten gebleven en dat was een unicum!
Iets naar het noorden, ligt ook Argentat heel jolie aan de Dordogne. Ik heb hier wat amoureuze herinneringen liggen uit 1977, toen ik als tiener helemaal verliefd werd op ene Olivier uit Orléans, die daar net als wij, op de camping stond. Was goed voor mijn Frans, want we hebben elkaar nog heel wat brieven geschreven, ook al heb ik hem nooit meer gezien.
Vanuit Argentat volgen we de D1120 naar het noordwesten om na een paar kilometer links de D921 te pakken en de auto te parkeren in Albussac. Vervolgens lopend naar de watervallen van Murel. Idyllisch! We hebben de smaak te pakken en zoeken vervolgens Gimel-les-Cascades op (11 km voorbij Tulle in noordoostelijke richting). Deze zijn in particulier bezit, wel tegen betaling te bezoeken. Het is overweldigend mooi!
Ten oosten van Argentat, verschijnt in de middle of nowhere en helemaal vanuit de middeleeuwen, opeens een kasteel plus een woongemeenschap. Het heeft een aantal woontorens en uiteraard veel geschiedenis, zo staand langs de rivier de Maronne: Les Tours de Merle. Nou ja, er is niet alles meer van over natuurlijk, maar het heeft iets magisch om te zien. Aanrader!
Voor de liefhebbers zijn er in dit gebied ook veel stuwmeren- en dammen, zoals Barrage du Chastang, de l' Aigle, de la Valette en die bij Neuvic. Ten zuiden van Neuvic kan je de route des Ajustants rijden langs de Dordogne, een ruig en begroeid stuk. Als je vanuit Neuvic naar het westen rijdt over de D991, kom je vanzelf Château de Ventadour tegen, een ruïne uit de 11e-eeuw, die strategisch hoog gelegen is. Een plaatje!
Vanuit Neuvic rijden we verder naar 't noorden via de D982 naar Ussel. Ten westen daarvan begint het 314.000 ha. grote Parc Naturel Regional de Millevaches en Limousin, dat geen rekening houdt met de departementsgrenzen. Limousin is trouwens de oude regiobenaming van het huidige Nouvelle Aquitaine. Het natuurpark is een wandelparadijs, omdat het bijna alles omvat: veengronden, meren, rivieren, heide, weiden ( met mille vaches) en bossen. Op de Suc au May op 908 m. hoogte heb je een weergaloos uitzicht over dit park en de Auvergne. Midden in dit natuurpark vind je de resten van een Gallo-Romeinse villa (Vestiges gallo-romains des Cars) uit de 2e-eeuw en een prachtig veengebied Tourbière du Longeyroux, waar je kan wandelen in bijna ongerepte natuur en het is ook nog eens vergeven van de legendes.
Tussen Suc au May en Ussel wordt de rivier Corrèze geboren om keurig binnen het departement te blijven en even later zuidwestelijk ten onder te gaan in de rivier Vézère in Brive-la-Gaillarde. Korte rivier, maar wel met een eigen departement!
In Uzerche, dat ten noorden van Brive ligt had ik in 2002 een koffiestop in de regen. We waren onderweg naar de Pyreneeën. In 2005 hebben we 't nog even over gedaan en hebben er 2 nachten gekampeerd op de plaatselijke camping, van waar af je een fantastisch uitzicht hebt op het hoog erbovenuit torende Uzerche. Deze parel van de Limousin ligt in een U-bocht van de Vézère op een ruim 300 meter grote rots. Leuk! Het dorp Arnac-Pompadour ligt ten westen van die parel en is bekend door de paardenfokkerij en -sport en door het kasteel dat van Madame de Pompadour (maîtresse van Lodewijk XV) is geweest.
10 km naar het westen, tegen de grens van nummer 19, vinden we nog een kasteel, maar dan 'n ruïne in Ségur-le-Château en daar hoort een schattig plaatsje bij. Verder naar het zuiden vinden we Ayen met een interessante kerk, als het gaat om 14e-eeuwse wandgraven en schilderingen. En in de buurt een Puy (d' Yssandon) met een mooi uitzicht. Tussen Brive en Tulle is er nog zo’n voormalige vulkaan: Puy de Pauliat. Daar vlakbij, Aubazine langs de rivier de Corrèze met een abdij uit de 12e-eeuw.
Last but not least bezoeken we onder Brive, Turenne langs de D8 en daar tegenover Collonges-la-Rouge aan de D38. In 2011 met een vriendin bezocht en in 2019 dus met mijn lief. Deze laatste plaats is bijna helemaal opgetrokken uit rode bakstenen en zeer aantrekkelijk voor toeristen. Genoeg terrasjes dus! En ook genoeg te zien: kasteeltje, kerk, reuzenganzenbord. Gezellig! Turenne ligt hoog en droog naast de doorgaande departementale weg 8. En is heel bleek vergeleken met de kleur van de voorgaande plaats. Maar zeker ook het bezoeken waard, zijn het dorp zelf en het kasteel. En hoog, betekent: mooi uitzicht op de omgeving! Onderweg terug naar Beaulieu komen we op de D15 nog Curemonte uit de 7e-eeuw tegen. Van die eeuw is weinig meer over, maar er zijn nog wel onder andere 2 kastelen uit de middeleeuwen te zien in dit kleine plaatsje. La Corrèze, je t’ aime!