36 - Indre (regio: Centre-Val de Loire)

 

Bijna vanzelfsprekend is dit 36e departement ook weer vernoemd naar de gelijknamige rivier die er van zuidoost naar noordwest doorheen stroomt. Er gaat nog niet meteen een belletje rinkelen als ik denk aan Indre. Toch ben ik hier minstens 7x geweest, waarvan 3 of 4 keer doorheen gesjeesd, meestal op weg naar de Dordogne of de Pyreneeën of op de terugweg naar Gouda (plusminus 750 km). De tolroute A20 loopt hier doorheen en dat betekent, snel! Toch is Indre ook het bezoeken waard. Ik moet hiervoor alleen diep in de archieven van mijn herinneringen en mijn favo Michelinkaart graven. In mijn uitdagingen om Parijs geheel te omzeilen kom ik nog weleens op die A20 terecht, die o.a. langs Indre’s hoofdstad Chateauroux glijdt. En deze stad ligt, zeg maar ongeveer, in het midden van de Indre. Maar op de tolweg zie je niet zoveel van de omgeving. Weg van de snelweg dus!

We beginnen in het noorden. We zijn net rivière Cher overgestoken als we de Indre binnenrijden via de D956. Al heel snel worden we verrast door het plaatsje Valençay en dan vooral door het prachtige kasteel dat er staat. In Loire-renaissancestijl (vergelijkbare architectuur met het beroemde kasteel van Chambord), stamt dit kasteel al uit de 10/11e-eeuw en heeft een historie zo breed en lang, dat ik jullie nu in nieuwsgierigheid moet achterlaten, want het wordt een beetje veel anders en bovendien bestaan er al genoeg geschiedenisboeken.

We rijden verder naar het zuiden en treffen Levroux, een stadje dat bekend werd om het leerlooien en perkament maken. Er staat een mooi houten huis uit de 15e-eeuw, een middeleeuwse kerk en het heeft een Porte de Champagne. Dat heeft te maken met de streek Champagne-Berrichonne, niet met de bubbels.

Via de D926 gaan we de rivier de Indre ontmoeten bij Buzançais en proberen die te volgen naar ’t noordwesten. Dat valt per auto niet altijd mee, dus we doen het met het uitzicht vanaf een brug in Palluau-sur-Indre (kasteel en priorij) en Châtillon-sur-Indre (kasteelcomplex, waarbij vooral de dominante toren opvalt).

We pakken de D975 naar het zuiden en rijden het regionale Parc Naturel de la Brenne binnen. Dit is een natuurgebied van ongeveer 80.000 ha. met vooral veel moerassen, vijvers en heidevelden. De meeste vijvers zijn in de 12e-eeuw gegraven door monniken van drie, in de buurt gelegen, abdijen. Ze kweekten daar karpers, die waren een geliefd gerecht in die tijd. Tegenwoordig huizen hier enorm veel (trek)vogels. Ook fantastisch om te zien. We bezoeken het middeleeuwse kasteel in Azay-le-Ferron, voordat we verder gaan naar Fontgombault. Deze plaats ligt aan een andere belangrijke rivier, de Creuse. Deze loopt ongeveer parallel aan de Indre met gemiddeld 40 km land ertussen. De Abdij van Fontgombault uit de 11e-eeuw, is dus één van die drie abdijen, waarvan de monniken visvijvers groeven. De plaatst stamt al uit de prehistorie en heeft ook een wijn producerend verleden.

We volgen nu de Creuse naar het zuidoosten via Le Blanc, St. Gaultier en St. Marcel naar Argenton-sur-Creuse. Aan deze aardige plaats heb ik nogal verregende herinneringen uit 2002. Het was september en in heel Europa ‘pleude’ het pijpenstelen. Zo ook was onze heenweg en Argenton overgoten met hemelwater. We sliepen aldaar in een hotel om de volgende dag wederom in plensbuien met een grijs aura, verder te rijden naar de Pyreneeën. Argentomagus is een Romeinse vindplaats van de voorloper van Argenton uit de 1e-eeuw, gelegen bij St. Marcel, twee kilometer ten noorden van de huidige plaats.

Onder Argenton-sur-Creuse, nog steeds de rivier volgend, komen we helemaal in het zuiden van de Indre wat vaker tot stilstand. Onder andere bij het Lac de Chambon, gevormd door een barrage (stuwdam van Éguzon) in de Creuse. Wat hebben we hier een lol gehad in de zomers van 1974 en 1975. Ik was 13/14 jaar en we stonden hier met een andere bevriende familie met kinderen van onze leeftijd op de camping van Fougères. Later voegden zich toevallig nog meer bekenden met kinderen toe, gevlucht uit een verregend Oostenrijk. Kampvuren, water, zon, spelen met andere kinderen, wat wil een kind nog meer? Zeilen? Ook dat kon, want mijn ouders sleepten bovenop de auto (gevuld met twee volwassenen, 3 kids plus bagage en bungalowtent) ook nog een zeilboot mee. Nou ja zeilboot? Er konden 3 mensen op en het was meer een surfplank met zeil dan een echte zeilboot. Maar goed, het liet zich vooruit waaien, of achteruit, ligt eraan hoe je het bekeek. En dat ging goed, totdat er noodweer uitbrak op het meer. We sloegen om door een plotselinge windvlaag, konden niet meer in de boot klauteren, laat staan terugkomen. Wat een blamage (voor een puber dan hè)! Gelukkig werden we gered door één van onze oplettende campingburen, die in het gelukkige bezit was van een motorboot.

In september 2005 bezocht ik met man en geen kinderen voor de derde keer dit meer. En dan merk je dat dit alleen in het hoogseizoen zo’n sfeer heeft, want nu was er bijna niemand te bekennen en de temperatuur zat ook niet helemaal mee. Of lag het aan die 30 jaar verschil? We maakten een klein rondje om het meer plus nog ’n beetje meer en zagen Gargilesse-Dampierre  in de verte liggen. Een rustig en charmant dorp, bekend geworden door, onder andere, de schrijfster George Sand, die daar een tijd verbleef in de 19e-eeuw. Het plaatsje inspireerde zelfs meerdere schrijvers en schilders (Monet bijvoorbeeld).

We trekken weer verder. Vanuit Châteaubrun (kasteelruïne) even boven de barrage d’ Éguzon, via D72 naar Orsennes en Montchévrier, de D990 naar Cluis en naar La Châtre. Leuk hoor al die witte (Michelin)weggetjes, maar wel goed opletten, want de bewegwijzering op het platteland is niet altijd je van het. Ach, ver-dwalen is ook wel eens leuk, als je toch de weg niet weet!

La Châtre ligt in het zuidoosten op een heuvel die uitkijkt over rivier de Indre en we worden alweer geconfronteerd met Georges Sand in de vorm van een museum. In Nohant/Nohant Vic bezoeken we een kasteel en het graf van Georges Sand. Daarna is Issoudun in het noordoosten aan de beurt. Hier komen we via de D918. Issoudun is interessant om zijn Keltische oorsprong, welvarend middeleeuws verleden, kasteel, stadhuis, belfort, museum, etc.

Wat ons betreft is het rondje departement 36 nu een feit. Toch kan het interessant zijn om nog meer plekken, plaatsen en geschiedenis van importance te ontdekken in de toch wel verrassende Indre.