25 - Doubs (regio: Bourgogne-Franche Comté)
Departement Doubs. Nooit van gehoord, zeg je? Oei! Nou kan dat er bijvoorbeeld aan liggen, omdat Doubs nogal ver in ’t oosten van Frankrijk ligt, tegen de Zwitserse grens aan naast Jura, Territoire de Belfort en Haute-Saône. Misschien ook omdat je “Doe” moet zeggen tegen Doubs. “Oeps, doe ik!”
Zelf waren Rob en ik hier voor de eerste en enige keer in 2014. We reden vanuit de Elzas over de Ballon d’ Alsace naar het zuiden. Via Belfort (90) reden we langs Montbéliard en Besançon nummer 25 binnen. Nog diezelfde dag kwamen we in Jura (39) aan om te gaan kamperen vlak naast Doubs in Montbarrey ten zuidoosten van Dole. En dat was het! Nee hoor, geintje. We zijn nog terug gegaan om een stukje Doubs te doen.
Préfecture Besançon is voor mijn doen best een grote stad om te bezoeken, maar we hebben het wel gedaan. Je zou hier in deze historische stad, makkelijk drie dagen kunnen rondhangen. Het ligt op ca. 700 km van mijn huis, dus dat is makkelijk te doen in één dag. In de maand juni was parkeren overigens geen probleem in Besançon. Als eerste klommen we naar boven naar de citadel, een schitterend verdedigingswerk uit de 17ee-eeuw (ontworpen door, jawel, Vauban). Vanaf hier een enorm mooi uitzicht over de stad met zijn forten, kathedraal, mooie kerken, parken en het omringende landschap. De citadel zelf is groot en indrukwekkend.
De stad ligt op een soort schiereiland in de meanderende rivier de Doubs. Het was al bekend bij Julius Ceasar en dus zijn er ook resten van de Romeinse beschaving te vinden in deze stad, zoals een triomfboog (Porte Noir) en resten van een theater/forum in een park (Square Castan) naast de kathedraal.
De naam van de 430 km lange rivier Doubs, waar dit departement naar vernoemd is, komt uit het Latijn en betekent ‘dubieus’ en in dit geval ‘twijfelaar’. Dit omdat er maar 100 km tussen bron en monding ligt, terwijl deze rivier er 430 km over doet. De rivier gaat eerst vanaf Mouthe in ’t zuiden, naar het noordoosten en stort als een prachtige waterval (Saut de Doubs) ten noordoosten van Morteau in zichzelf. Daarna is het een grensrivier met Suisse (Gorges du Doubs) en stroomt verder naar het noorden om dan opeens een flinke slinger in Zwitserland te maken en om even verderop France weer binnen te dringen op weg naar Montbéliard. Vanaf die laatste plaats gaat de Doubs naar het zuidwesten, via Besançon om uiteindelijk voorbij Dole (39) uit te monden in de Saône. Nooit eerder zo’n grillige en inderdaad, twijfelachtige rivier gezien!
De stad Montbéliard in het noorden is ook interessant om te bezoeken. Je vindt hier een gave markthal uit de 16e eeuw, een kasteel met imposante torens (van de Hertogen van Wurtemberg), de St. Martinstempel, een prachtig stadhuis en een kunst-en geschiedenismuseum. In Sochaux, een plaatsje dat tegen Montbéliard aangeplakt ligt, zijn sinds 1912 heel wat Peugeots geboren. Je kan er ook het Peugeotmuseum bezoeken. Iets naar het zuiden vinden we bij Mandeure een Romeins theater, alhoewel, het lijkt meer op een enorme afdruk ervan. Er is niet meer zoveel over uit de tijd dat Mandeure, Epomanduodurum heette in de 2e-eeuw.
We zakken via de D437 verder naar het zuiden en rijden langs rivier de Doubs. Bij St. Hippolyte slaan we af naar de Michelingroene route D39 richting Cirque de Consolation en Roche du Prêtre. Dit keteldal (uitgesleten kalklagen door de rivier de Dessoubre), heeft kliffen van 350 m hoog, ongerepte natuur in overvloed en een voormalig klooster uit de 17e-eeuw, waar nu een arboretum en botanische tuinen zijn te bezichtigen. La Roche du Prêtre biedt een hoog en adembenemend uitzicht op al dit fraais.
Weer verder naar het zuiden komen we via de D461 weer op de D437 richting Morteau en via Montbenoit (abdij met kerk en klooster) naar Pontarlier. Deze laatste stad staat bekend om de Groene Fee oftewel Absint. Dit doorgaans gifgroene drankje wekte hallucinaties op begin 20e-eeuw en werd daarom verboden. Tegenwoordig weten we, dat ze toen gewoon stomdronken werden en dus mag het nu weer….
We genieten enorm van de omgeving hier aan de voet van het Juragebergte. Zuidelijk van Pontarlier kun je gaan wintersporten in de omgeving van Mont d’ Or en Métabief bij de Zwitserse grens. Er is zo’n 65 km aan skipiste. Wij houden het in juni bij een bezoekje aan Malbuisson dat bijna een kilometer hoog boven het Lac de St. Point resideert op een natuurlijk balkon. Uiteraard met een prachtig panorama. Op het meer kan je allerlei watersporten beoefenen. Wij zijn erin gesprongen om te zwemmen, want het was warm die dag. Ook bezoeken we verder richting Pontarlier Château de Joux. Het hoekige kasteel ligt spectaculair hoog op een smalle rots boven een kloof en werd beschermd door een lager gelegen fort.
Ten noorden van Pontarlier treffen we de bron van de rivier de Loue. Één van de meest prachtige die ik ooit gezien heb. Dat vond schilder Gustave Courbet ook! Deze man heeft die bron vereeuwigd in verf.
Iets verderop ligt het dorpje Mouthier-Haute-Pierre heel charmant aan diezelfde Loue. Nog iets verder naar het noordwesten ligt ook Ornans aan die rivier. Ook wel Klein Venetië van de Comté genoemd. Veel water dus, huizen op palen en mooie bruggen. Een plaats met karakter!
Departement Doubs is klein, prachtig en grillig verrassend. Leuk om te rijden, maar nog leuker om te wandelen en te fietsen. Doen!